Spannende deelstaatverkiezingen: Groenen bijna op gelijke hoogte met CDU

Het Landtagsgebouw van Baden-Württemberg in Stuttgart
Het Landtagsgebouw van Baden-Württemberg in Stuttgart. Bron: Landtag Baden-Württemberg

In de Duitse deelstaat Baden-Württemberg is de strijd om het minister-presidentschap volledig opengebroken. Enkele dagen voor de deelstaatverkiezingen op 8 maart liggen de Groenen en de christendemocratische CDU vrijwel gelijk. Dat blijkt uit een nieuwe peiling van Infratest dimap in opdracht van de ARD. De Groenen komen uit op 27 procent, slechts één procentpunt achter de CDU, die op 28 procent staat. Daarmee is sprake van een nek-aan-nekrace om het hoogste ambt in de deelstaat.

Van comfortabele voorsprong naar zenuwslopend duel

De verschuiving is opvallend. Eind januari lagen de Groenen nog zes procentpunten achter de CDU. In het najaar bedroeg het verschil zelfs negen punten. De opmars van de Groenen hangt samen met de kandidatuur van Cem Özdemir, voormalig federaal minister en een van de bekendste gezichten van de partij.

De huidige minister-president, Winfried Kretschmann (Groenen), stelt zich na drie ambtstermijnen niet opnieuw verkiesbaar. Hij regeert sinds 2011 en vormde de afgelopen jaren een zogenoemde groen-zwarte coalitie met de CDU. Zijn vertrek maakt deze verkiezing tot een echte machtsstrijd om zijn opvolging.

Voor Nederlandse lezers is dit relevant omdat Baden-Württemberg economisch tot de sterkste regio’s van Duitsland behoort. De deelstaat is een industriële motor met bedrijven als Bosch, Daimler Truck en Porsche. Politieke koerswijzigingen in Stuttgart hebben directe invloed op economische en technologische ontwikkelingen die ook Nederland raken, bijvoorbeeld op het gebied van innovatie, klimaatbeleid en industriepolitiek.

Rel rond CDU-kandidaat Hagel

De recente peiling werd uitgevoerd in dezelfde periode waarin een oud interview met CDU-lijsttrekker Manuel Hagel opnieuw opdook en voor discussie zorgde. In het fragment vertelt Hagel over een schoolbezoek waarbij “80 procent meisjes” in de klas zou hebben gezeten. Hij maakte daarbij een opmerking die als seksistisch werd ervaren en beschreef een leerlinge in detail.

Hagel erkende na publicatie dat de introductie van het interview “een fout” was. Toch lijkt de kwestie electorale schade te hebben veroorzaakt. Een eerdere peiling, uitgevoerd vóór de ophef, gaf de CDU nog een voorsprong van zes procentpunten.

De affaire past in een bredere trend: persoonlijke integriteit en toonzetting spelen een steeds grotere rol in Duitse verkiezingscampagnes. In een tijd van politieke fragmentatie en afnemende partijbinding kunnen enkele procentpunten het verschil maken tussen regeringsdeelname en oppositie.

Versplinterd politiek landschap

Naast CDU en Groenen zijn ook andere partijen van belang voor de machtsverhoudingen in het deelstaatparlement (Landtag). De rechts-populistische AfD staat volgens de peiling op 18 procent, maar komt niet in aanmerking voor coalitievorming: alle andere partijen sluiten samenwerking uit.

De sociaaldemocratische SPD zakt verder weg naar 7 procent. De liberale FDP staat op 6 procent en zou nipt terugkeren in het parlement. De partij Die Linke (links-socialistisch) schommelt rond 5,5 procent en moet vrezen voor de kiesdrempel. Ter vergelijking: bij de vorige verkiezingen in 2021 haalden de Groenen 32,6 procent en de CDU 24,1 procent. De politieke kaarten zijn dus aanzienlijk anders geschud.

Wat staat er op het spel?

In Baden-Württemberg draait het niet alleen om personen, maar ook om koers. Onder Kretschmann voerden de Groenen een pragmatische, economisch-realistische lijn. De vraag is of die koers onder Özdemir wordt voortgezet of dat de CDU opnieuw het leiderschap van de deelstaat overneemt.

Voor de federale politiek is deze verkiezing eveneens van betekenis. Deelstaatverkiezingen gelden in Duitsland vaak als graadmeter voor de landelijke stemming. Bovendien heeft Baden-Württemberg via de Bondsraad (vertegenwoordiging van de deelstaten op federaal niveau) invloed op nationale wetgeving.

Onzekerheid blijft groot

Zoals bij alle peilingen geldt een foutenmarge van twee tot drie procentpunten. Bovendien beslissen steeds meer kiezers pas laat. Dat maakt de uitkomst op 8 maart moeilijk voorspelbaar. Eén ding lijkt zeker: de vanzelfsprekendheid van vaste machtsblokken is ook in deze welvarende zuidwestelijke deelstaat verdwenen. De strijd om het minister-presidentschap is opener dan in jaren.