De relatie tussen Duitsland en de Verenigde Staten staat onder grote druk. Waar het trans-Atlantische partnerschap decennialang gold als een vanzelfsprekend fundament van het Duitse buitenlands en veiligheidsbeleid, groeit in Berlijn nu openlijk de twijfel. Die spanning vormt de achtergrond van de reizen van twee prominente Duitse bewindslieden naar Washington: minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul en vicekanselier en minister van Financiën Lars Klingbeil.
De aanleiding is serieus. De recente Amerikaanse militaire interventie in Venezuela en uitspraken van de regering-Trump over Groenland hebben in Europa voor onrust gezorgd. Volgens veel waarnemers zetten deze stappen niet alleen de internationale rechtsorde onder druk, maar ook het vertrouwen binnen het bondgenootschap tussen Europa en de VS.
Wadephul spreekt maandag in Washington met zijn Amerikaanse ambtgenoot Marco Rubio, onder meer over de oorlog in Oekraïne. Klingbeil neemt deel aan een overleg van internationale ministers van Financiën, waarbij zeldzame aardmetalen hoog op de agenda staan. Toch zal bij beide bezoeken ook het bredere trans-Atlantische klimaat nadrukkelijk meespelen.
Dramatische omwentelingen
Klingbeil sprak deze week ongewoon duidelijke woorden. Volgens hem bevindt het trans-Atlantische partnerschap zich in een fase van “dramatische omwentelingen”. Europa kan zich, zo stelde hij, niet langer volledig verlaten op oude zekerheden en moet sterker inzetten op eigen soevereiniteit. Die uitspraak markeert een duidelijke verschuiving in toon binnen de Duitse regeringscoalitie.
Tegelijk klinkt binnen de regering ook een meer terughoudend geluid. Regeringswoordvoerder Steffen Meyer benadrukte dat de relatie met de VS weliswaar moeilijker is geworden, maar dat Amerika een centrale partner blijft. Zonder de VS is de NAVO ondenkbaar en speelt Washington een sleutelrol bij elke mogelijke vredesregeling voor Oekraïne.
Dat dilemma werd kernachtig samengevat door CSU-leider Markus Söder: zonder Amerika gaat het niet, maar Europa kan zich ook niet alles laten opleggen. Partnerschap op basis van gelijkwaardigheid blijft het doel, al lijkt dat steeds lastiger te realiseren.
Europa tussen grootmachten
Volgens critici is van gelijkwaardigheid inmiddels nauwelijks nog sprake. In de nieuwe Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie wordt Europa vooral gezien als economische partner, niet langer als bondgenoot op basis van gedeelde waarden. Daarmee dreigt Europa klem te komen zitten tussen de machtsambities van Rusland en de VS.
Bondspresident Frank-Walter Steinmeier waarschuwde onlangs zelfs voor een wereld die verandert in een “rovershol”, waarin landen worden behandeld als bezit van enkele grootmachten. Ook bondskanselier Friedrich Merz benadrukte dat Duitsland en Europa geen speelbal mogen worden in een nieuwe wereldorde. Meer Europese eensgezindheid en een sterker gezamenlijk defensiebeleid zijn volgens hem noodzakelijk.
Grenzen stellen zonder breuk
Voor Wadephul en Klingbeil wacht in Washington daarom geen gemakkelijke taak. Ze moeten de VS betrokken houden bij de steun aan Oekraïne en tegelijk duidelijk maken waar voor Europa grenzen liggen. Dat geldt ook voor Groenland, dat deel uitmaakt van Denemarken en daarmee indirect onder de bescherming van de NAVO valt. Wadephul benadrukte recent dat eventuele versterking van de defensie rond Groenland binnen het bondgenootschap besproken moet worden.
Het is geen harde confrontatie, maar een diplomatiek zoeken naar balans. De Duitse regering weet dat uiteindelijk veel afhangt van Donald Trump zelf. Zijn koers blijft onvoorspelbaar. Juist daarom probeert Berlijn vast te houden aan dialoog, terwijl het tegelijk werkt aan een sterker en zelfstandiger Europa.
