Berlijn, 12 april 2025 – Samuel Becketts klassieker Wachten op Godot ging vrijdagavond 11 april in première bij het Berliner Ensemble in een regie van de Belgische theatermaker Luk Perceval. Met in de hoofdrollen de bekende acteur Matthias Brandt als Estragon en Paul Herwig als Wladimir presenteerde Perceval een visueel en thematisch opvallende bewerking. Zowel de Tagesspiegel als RBB brachten een recensie — en de reacties zijn gemengd tot kritisch.
Souffleuse centraal, Godot afwezig
Perceval grijpt zijn regievrijheid met beide handen aan: in deze versie van Godot komt de naam van de mysterieuze figuur zelfs helemaal niet meer voor. Er wordt simpelweg “gewacht”. Tegelijk laat Perceval een souffleur op de bühne plaatsnemen — zichtbaar en hoorbaar. Deze vrouw spreekt de regieaanwijzingen luidop in een microfoon, een ingreep die het theaterproces zelf centraal stelt. Volgens RBB verandert Perceval zo Becketts absurde bestaan in een gecontroleerde poppenkast: “Euer Schicksal ist gemacht.”
Humor wordt hysterie
Waar Beckett in zijn absurditeit ruimte laat voor wrange humor, slaat Perceval door in groteske lichamelijkheid en lawaai, zo oordeelt RBB. In plaats van wortels vliegen waterballonnen in het rond. Didi krijgt een stroomstoot, zijn broek zakt voortdurend af, Lucky stormt als een eenogig monster door het publiek. De beoogde komedie voelt volgens de recensente „meer als moeten dan als mogen”.
De Tagesspiegel waardeert het theatrale experiment deels, met name het sterke decor van Katrin Brack dat doet denken aan een afgedankte theaterwerkplaats, vol bungelende spots. Maar ook hier kritiek: Becketts fijnzinnige tekstkunst wordt overstemd door muziek, geschreeuw en slapstick. Pozzo en Lucky zorgen niet voor inzicht, maar voor ongemak — inclusief een opdringerige aanrandingsscène.
Van mens tot marionet
Wat beide recensies delen, is het gevoel dat Percevals regie afstand schept. De menselijke kwetsbaarheid van de twee hoofdpersonages maakt plaats voor gekunstelde types in bizarre kostuums (zoals Brandts Estragon in netkousen en hotpants). De melancholische troost van Becketts universum — het wachten zonder zekerheden — wordt verdrongen door theatrale bravoure. Tagesspiegel noemt het een “zwaarwichtige avond”, RBB spreekt zelfs van een “anti-Beckett”.
Conclusie
Perceval maakt van Wachten op Godot een bewust zelfreflexieve voorstelling, maar verliest onderweg de kern van Becketts poézie uit het oog. Wat overblijft, is een beeldrijk en lawaaierig spektakel dat eerder vervreemdt dan beklijft. Wachten we nu op Godot, of op stilte?
