Het is donderdag 30 april, half zes. In Berlijn schijnt de zon. Een lang weekend staat voor de deur. In tuinen en parken gloeien de barbecues en ik ben op weg naar de lezing van de Belgische schrijfster Lize Spit. Tegen zes uur is de zaal nog redelijk leeg en ik vrees dat dit een ongunstige dag is voor deze lezing. Maar het tegendeel is waar. Een kwartier later zit ik in een volle zaal en luister hoe dr. David Wachter de hoofdgast van de avond in het Engels introduceert.
Hij vertelt waar Spits bestseller Het smelt over gaat en dat de door Helga van Beuningen naar het Duits vertaalde roman vergelijkingen oproept met The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Ook in Het smelt gaat het om een radicale beschrijving van jeugdtrauma en wraak. Vervolgens noemt hij de boeken die Lize Spit daarna schreef, waaronder haar laatst verschenen boek Autobiografie van een lichaam.

Plot, vorm en suspense
Daarna begint een boeiende lezing over het schrijven. Lize Spit opent met een scène waarin een man aan zijn buurvrouw uitlegt waarom hij een gat in zijn tuin graaft. Hij wil zijn vis begraven. Waarom dan zo’n groot gat? Omdat zijn vis is opgegeten door de kat van de buurvrouw.
Met dit ogenschijnlijk eenvoudige verhaal slaat Spit het bruggetje naar personages, plot en spanningsopbouw. Een mensenleven verloopt lineair, zegt ze, maar literatuur ontstaat pas wanneer aan dat leven structuur wordt toegevoegd. Plot geeft vorm aan wat anders slechts een chronologische opsomming zou zijn.
Het woord suspense valt deze avond vaak. Spit noemt verschillende manieren om spanning op te bouwen: werken met flashbacks, midden in een verhaal beginnen, parallelle verhaallijnen gebruiken of kiezen voor een cirkelvormige vertelstructuur. Maar suspense is voor haar geen trucje. Spanning moet volgens Spit altijd in dienst staan van personages en betekenis.
Kritiek van ‘poortwachters’
Spit vertelt ook over de ontvangst in 2016 van Het smelt bij wat zij noemt “de poortwachters van de literatuur”. Volgens sommige critici zou het boek lezen als een Netflix-serie en te veel plot bevatten. Op subtiele wijze laat ze zien hoe sommige critici wantrouwig staan tegenover plot en een vlot leesbaar boek al snel verdacht vinden.
Tegelijk legt ze uit dat die “onweglegbaarheid” voor haar juist voortkwam uit iets persoonlijks. Ze verbindt haar hang naar spanning en controle met verlatingsangst: de angst dat de lezer het boek zou wegleggen, zich zou losmaken, zou verdwijnen. Suspense werd zo niet alleen een techniek, maar ook een manier om de lezer vast te houden. Netflix komt indirect opnieuw ter sprake als ze George R.R. Martin (Game of Thrones) erbij haalt.
Volgens hem zijn er twee typen schrijvers: de architect, die alles vooraf plant, en de tuinman, die een gat in de grond graaft, een zaadje plant en gaandeweg ontdekt wat er groeit. Als voorbeeld noemt ze haar thuissituatie met haar man, de Nederlandse schrijver Rob van Essen. Hij weet naar eigen zeggen weinig aan te vangen als ze hem ’s ochtends vraagt hoe zijn dag eruit zal zien. “Hij poetst zijn brillenglazen en moet eerst uitvinden hoe hij de keuken vindt,” vertelt ze, in woorden van gelijke strekking.
De magiër en de chirurg
De lezing draagt de titel The Magician and the Surgeon: Plot as a Form of Spatial Awareness en wordt in het Engels gehouden. Spit stelt voor om de tegenstelling tussen architect en tuinman anders te bekijken: als die tussen de goochelaar en de chirurg. De goochelaar doet alsof hij niets weet, maar heeft zijn truc zorgvuldig voorbereid. Hij weet precies waar het publiek moet kijken en waar juist niet. De chirurg zet het mes in de huid en moet reageren op wat hij aantreft. Hij weet veel, maar niet alles.
Met die vergelijking verbindt Spit opnieuw personages, plot, controle en spanning. Die spanning heeft ze ook in Berlijn overtuigend in haar lezing verwerkt. De scène van de buurman keert aan het einde terug. Steeds krijgt het verhaal een andere wending. Zo wordt de scène zelf een voorbeeld van wat plot kan doen: verwachtingen opbouwen, informatie doseren en betekenis laten verschuiven.
Tussen literatuur en film
Als scenarist legt Spit ook verbanden tussen film en literatuur. Dat sluit aan bij het thema van haar zomerseminar: Tell, Don’t Show?! Literature in the Audiovisual Era, dat enkele weken geleden van start ging. “De belangstelling was overweldigend”, vertelt David Wachter me na afloop. Volgens hem komt dat onder meer door het thema literatuur en film. En natuurlijk ook door de aanwezigheid van een auteur als Lize Spit.
Samuel Fischer-gastdocentschap voor literatuur
Deze vorm van gastdocentschap aan het Peter Szondi-Instituut voor Algemene en Vergelijkende Literatuurwetenschap van de Freie Universität Berlin bestaat sinds 1998. Het wordt ondersteund door de universiteit zelf, de Duitse Academische Uitwisselingsdienst (DAAD), uitgeverij S. Fischer en Holtzbrinck Berlin – Inspire Together.
Elk semester wordt een internationale auteur uitgenodigd om les te geven aan het Peter Szondi-Instituut. Het doel is dat studenten samen met schrijvers uit verschillende culturele contexten kritisch nadenken over wereldliteratuur. Eerdere gasten waren onder andere Juan Gabriel Vásquez (2021) en tien jaar eerder, Adam Thirlwell samen met Daniel Kehlmann.
Nog een optreden in Berlijn
Op 21 mei is Lize Spit opnieuw in de Duitse hoofdstad te zien, als onderdeel van het kunstenaarsprogramma van de DAAD. Die avond, in de Oranienstraße in Kreuzberg, leest de Duitse actrice Jane Chirwa fragmenten uit Autobiografie meines Körpers, de Duitse vertaling van Autobiografie van mijn lichaam, dat in 2024 bij uitgeverij Das Mag verscheen. Meer informatie via deze link.
Volledige lezing online beschikbaar
Lize Spit publiceerde op 1 mei de volledige Nederlandstalige tekst van haar lezing op haar Facebookpagina. De tekst verscheen eerder in verkorte vorm via De Standaard. De ingekorte versie is hier te lezen, de volledige lezing via deze link naar Facebook.
