Voor honderdduizenden scholieren in Rijnland-Palts, Hessen en Saarland is vandaag de laatste schooldag voor de zomervakantie. Daarmee gaat het Duitse vakantieseizoen officieel van start. Maar waarom begint de vakantie in sommige deelstaten al eind juni, terwijl leerlingen in Beieren nog tot begin augustus naar school moeten?
De zomer staat voor de deur en daarmee ook de jaarlijkse uittocht van miljoenen Duitse vakantiegangers. Anders dan in Nederland begint de zomervakantie in Duitsland niet overal op hetzelfde moment. De vakantiedata verschillen per deelstaat en liggen soms meer dan een maand uit elkaar.
Tussen de eerste en de laatste vakantiedag ligt in Duitsland meer dan een maand. Terwijl de eerste scholieren eind juni hun boeken opbergen, moeten hun leeftijdgenoten in Beieren nog ruim vijf weken naar school.
Op 9 juli begint de vakantie in Berlijn, Brandenburg en Hamburg. Mecklenburg-Voor-Pommeren volgt op 13 juli, Noordrijn-Westfalen op 20 juli. De zuidelijke deelstaten Baden-Württemberg en Beieren sluiten traditioneel de rij: daar begint de zomervakantie respectievelijk op 30 juli en 3 augustus.
Een systeem uit de jaren zestig
Dat Duitsland verschillende vakantieperiodes kent, is geen toeval. Het systeem gaat terug op het zogenoemde Hamburger Abkommen uit 1964, een overeenkomst tussen de deelstaten over het onderwijs.
Het belangrijkste doel is om de vakantiedrukte beter te spreiden. Wanneer alle Duitse scholieren tegelijk vakantie zouden hebben, zouden snelwegen, luchthavens, campings en vakantiegebieden nog veel sterker worden belast dan nu al het geval is.
Daarom is afgesproken dat de zomervakanties over een periode van bijna drie maanden worden verdeeld. In grote lijnen rouleert een groep deelstaten door de jaren heen tussen vroege en late vakantieperiodes.
Waarom Beieren en Baden-Württemberg altijd als laatste gaan
Opvallend is dat twee deelstaten niet meedoen aan dit roulatiesysteem: Beieren en Baden-Württemberg. Al jarenlang beginnen de zomervakanties daar als laatste van Duitsland. Vroeger werd dat onder meer verklaard door de oogsttijd, waarvoor scholieren op het platteland nodig zouden zijn geweest. Dat argument speelt tegenwoordig nauwelijks nog een rol.
Beide deelstaten wijzen tegenwoordig vooral op hun relatief late pinkstervakantie. Omdat die soms pas halverwege juni eindigt, zou een vroege start van de zomervakantie weinig zin hebben. Daarnaast beroepen politici zich regelmatig op traditie. De Beierse minister-president Markus Söder verklaarde eerder dat het vakantieritme diep in de Beierse cultuur verankerd is.
Regelmatig discussie
De vakantiespreiding leidt regelmatig tot politieke discussies. Vooral Noordrijn-Westfalen, de grootste deelstaat van Duitsland, pleit geregeld voor een eerlijkere verdeling van de vakantiedata.
Ook uit andere deelstaten klinkt kritiek op de uitzonderingspositie van Beieren en Baden-Württemberg. Toch lijkt een verandering voorlopig niet waarschijnlijk. De twee zuidelijke deelstaten houden vast aan hun huidige positie, waardoor het bestaande systeem waarschijnlijk ook na 2030 grotendeels overeind blijft.
Meer dan alleen toerisme
Bij de planning van de vakanties spelen overigens niet alleen toeristische belangen een rol. Ook onderwijskundige aspecten worden meegewogen. Zo moeten er voldoende lesweken tussen de verschillende vakanties zitten, moeten examens goed kunnen worden gepland en proberen de deelstaten de schooljaren zo evenwichtig mogelijk in te delen.
Het resultaat is een ingewikkelde puzzel die iedere paar jaar opnieuw voor discussie zorgt, maar die er wel voor zorgt dat niet alle Duitse vakantiegangers tegelijk op weg gaan naar de stranden van de Noordzee, de Alpen of de Middellandse Zee.
| Datum | Deelstaat |
|---|---|
| 29 juni | Rijnland-Palts, Hessen, Saarland |
| 2 juli | Nedersaksen, Bremen |
| 4 juli | Saksen, Saksen-Anhalt, Thüringen, Sleeswijk-Holstein |
| 9 juli | Berlijn, Brandenburg, Hamburg |
| 13 juli | Mecklenburg-Voor-Pommeren |
| 20 juli | Noordrijn-Westfalen |
| 30 juli | Baden-Württemberg |
| 3 augustus | Beieren |
