Voor miljoenen mensen in Duitsland blijft een vakantie buiten bereik. Volgens nieuwe cijfers van het Duitse federale statistiekbureau Statistisches Bundesamt kan 21 procent van de bevolking zich geen vakantie van een week veroorloven. Dat komt neer op ongeveer 17,3 miljoen mensen.
Het aandeel is even hoog als in 2024. Daarmee lijkt de situatie zich na een lichte verbetering ten opzichte van 2023 te hebben gestabiliseerd. Destijds ging het nog om 23 procent van de bevolking.
Grote verschillen naar inkomen
Zoals verwacht speelt inkomen een belangrijke rol. Van de twintig procent huishoudens met de laagste inkomens zegt bijna de helft (48 procent) geen geld te hebben voor een vakantie van een week.
Het gaat daarbij om mensen met een zogenoemd netto-equivalent inkomen van ongeveer 1.600 euro per maand of minder. Ook in de inkomensgroep daarboven blijft vakantie voor velen lastig betaalbaar: 28 procent van hen geeft aan zich geen vakantie van een week te kunnen permitteren.
Zelfs in hogere inkomensgroepen zijn er mensen die zeggen dat een vakantie financieel niet haalbaar is, al ligt het aandeel daar aanzienlijk lager.
Alleenstaande ouders bijzonder kwetsbaar
De cijfers laten zien dat vooral huishoudens met slechts één mogelijke kostwinner kwetsbaar zijn. Van de alleenstaande ouders zegt 39 procent geen geld te hebben voor een vakantie van een week. Ook onder alleenwonenden ligt het aandeel relatief hoog: 29 procent. Ter vergelijking: bij huishoudens met twee volwassenen zonder kinderen gaat het om 16 procent. Bij gezinnen met twee volwassenen en kinderen bedraagt het aandeel 18 procent.
Duitsland doet het beter dan het Europese gemiddelde
Ondanks deze cijfers staat Duitsland er binnen Europa relatief gunstig voor. Gemiddeld kon vorig jaar 28 procent van de inwoners van de Europese Unie zich geen vakantie van een week veroorloven. Met 21 procent ligt Duitsland dus duidelijk onder het EU-gemiddelde.
Roemenië en Griekenland scoren het slechtst
De verschillen binnen Europa zijn groot. In Roemenië gaf maar liefst 61 procent van de bevolking aan geen geld te hebben voor een week vakantie. Ook in Griekenland ligt dat aandeel met 47 procent opvallend hoog. Bulgarije en Hongarije volgen met elk 39 procent.
Aan de andere kant van de ranglijst staan Luxemburg (11 procent), Zweden (12 procent) en Nederland (13 procent). In die landen vormt geldgebrek relatief zelden een belemmering voor een vakantie van een week.
Vakantie als maatstaf voor levensomstandigheden
De vraag of een huishouden zich jaarlijks minstens één week vakantie buitenshuis kan veroorloven, wordt binnen de Europese statistiek gebruikt als een indicator voor materiële en sociale ontbering. Daarbij gaat het niet alleen om verre reizen. Ook een verblijf bij familie, vrienden of in een eigen vakantieverblijf telt mee.
De uitkomst is gebaseerd op de eigen inschatting van huishoudens. Juist daardoor geeft de indicator een beeld van hoe mensen hun financiële situatie zelf ervaren.
