Dat Duitsland zich in een periode van grote veranderingen bevindt, is voor weinig Duitsers nog een discussiepunt. Economische stagnatie, de oorlog in Oekraïne, geopolitieke spanningen en de energietransitie zorgen voor onzekerheid. Maar hoe stevig staat de democratie onder die druk?
Volgens de nieuwe Deutschland-Monitor 2025, een grootschalige peiling onder circa 8.000 inwoners, is het beeld dubbel. Aan de ene kant blijft de steun voor de democratie groot. Aan de andere kant blijkt een aanzienlijke minderheid ontvankelijk voor autoritaire ideeën.

Brede steun voor democratie, maar twijfels over functioneren
Maar liefst 98 procent van de ondervraagden zegt de “idee van de democratie” te steunen. 89 procent wijst een dictatuur onder alle omstandigheden af. Dat zijn stevige cijfers.
Toch is slechts 60 procent tevreden over hoe de democratie in Duitsland daadwerkelijk functioneert. In Oost-Duitsland ligt dat percentage zelfs op 51 procent, al is dat een verbetering ten opzichte van 2023. Tegelijkertijd vindt 71 procent dat de democratie zich eerder negatief dan positief ontwikkelt.
Die combinatie – principiële steun voor democratie, maar groeiende twijfel over het functioneren – vormt volgens onderzoekers een kwetsbaar “grijs gebied”.

Eén sterke partij, één sterke leider?
Dat grijze gebied wordt zichtbaar in concrete antwoorden. Landelijk is 21 procent van de bevolking ontvankelijk voor een autoritair wereldbeeld. Dat betekent niet dat deze mensen expliciet een dictatuur willen, maar dat zij openstaan voor ideeën als:
– één sterke partij die de wil van het volk belichaamt
– een krachtige leider die beslissingen neemt zonder parlementaire beperkingen
– de gedachte dat onder bepaalde omstandigheden een dictatuur beter kan functioneren dan een democratie
Bijna twee procent onderschrijft deze drie stellingen zelfs volledig.
Wanneer afzonderlijke uitspraken worden bekeken, lopen de percentages verder op. Zo is 31 procent het eens met de stelling dat Duitsland “één sterke partij” nodig heeft. In Oost-Duitsland is dat zelfs 35 procent. Ook het idee van een “sterke leider” zonder rekening te houden met het parlement krijgt landelijk 11 procent volledige steun en 21 procent gedeeltelijke steun.
Het parlement – de Bondsdag, het Duitse nationale parlement – geldt in de Duitse grondwet juist als kern van de democratische besluitvorming. Steun voor een leider zonder parlementaire controle raakt dus direct aan de fundamenten van het politieke systeem.
Oost-Duitsland: structurele ongelijkheid speelt mee
De verschillen tussen Oost- en West-Duitsland zijn opnieuw zichtbaar. In de oostelijke deelstaten liggen de percentages voor autoritaire sympathieën systematisch hoger.
Dat wordt vaak in verband gebracht met structurele economische achterstanden, lagere inkomens en het gevoel politiek minder gehoord te worden. Sinds de hereniging in 1990 bestaan er nog steeds aanzienlijke verschillen in vermogen en economische dynamiek tussen oost en west.
Elisabeth Kaiser, SPD-politica en federaal regeringscommissaris voor Oost-Duitsland, wijst erop dat mensen die in het verleden negatieve ervaringen met maatschappelijke veranderingen hebben gehad, sceptischer naar de toekomst en de democratie kijken. Vooral regio’s die zich “afgehangen” voelen, blijken gevoeliger voor autoritaire retoriek.
Breder Europees patroon
De cijfers passen in een bredere Europese trend. In meerdere EU-landen winnen partijen met een sterk nationalistische of autoritaire toon aan invloed. In Duitsland is vooral de rechts-populistische partij AfD sterk in de oostelijke deelstaten.

Bereid tot offers – behalve langer werken
Opvallend is dat de meeste Duitsers bereid zijn om persoonlijke offers te brengen als het gaat om defensie, economie, digitalisering, klimaat of migratie. Er is dus draagvlak voor verandering.
Een uitzondering springt eruit: 58 procent vindt het een “grote belasting” om vanwege de vergrijzing langer te moeten werken voor hetzelfde pensioen. Dat thema – de vergrijzende samenleving en de toekomst van het pensioenstelsel – zal de komende jaren politiek explosief blijven.
Democratie onder druk, maar niet ingestort
De Deutschland-Monitor 2025 laat zien dat de democratie in Duitsland niet fundamenteel wordt afgewezen. Integendeel: de steun voor het principe is overweldigend. Maar het onderzoek toont ook een spanningsveld: groeiende onzekerheid, regionale ongelijkheid en teleurstelling over het functioneren van de politiek creëren ruimte voor autoritaire denkbeelden. Het gaat niet om een massale roep om dictatuur, maar om een sluipende verschuiving in attitudes. Juist dat maakt de cijfers politiek relevant – in Duitsland én daarbuiten.
Over de methodiek
De Deutschland-Monitor verschijnt sinds 2023 jaarlijks en wordt financieel ondersteund door de
Ostbeauftragte (de regeringscommissaris voor Oost-Duitsland). Achter de peiling staan onderzoeksteams van het
Centrum voor Sociaal Onderzoek in Halle, de Universiteit Jena en het Leibniz-Instituut voor Sociale Wetenschappen
in Mannheim. Voor de meest recente meting werden 4.000 representatief geselecteerde mensen van 16 jaar en ouder
in heel Duitsland ondervraagd, plus nog eens 4.000 extra deelnemers in een ‘regionale steekproef’. Daarmee kunnen
ook uitspraken worden gedaan over verschillen tussen stad en platteland en tussen rijkere en minder welvarende regio’s.
