Wie straks vanuit Berlijn naar Scandinavië reist, hoeft mogelijk niet meer over te stappen. De Deutsche Bahn wil vanaf de zomer van 2028 een directe ICE-verbinding tussen Berlin en Oslo invoeren. Daarmee zouden reizigers via Hamburg, Kopenhagen, Malmö en Göteborg zonder overstap naar Noorwegen kunnen reizen. De geplande verbinding behoort tot de langste rechtstreekse treinroutes van Europa.
Europese treinverbindingen winnen aan populariteit
Volgens Deutsche Bahn moet de rit ongeveer veertien tot vijftien uur duren. De totale afstand bedraagt circa duizend kilometer. Voor de route wil het spoorbedrijf de nieuwe ICE L inzetten. Dagelijks zouden twee treinverbindingen per richting beschikbaar moeten zijn. Het project maakt deel uit van tien proefprojecten van de Europese Commissie om grensoverschrijdend treinverkeer binnen Europa aantrekkelijker te maken. Daarmee probeert Brussel een alternatief te bieden voor korte en middellange vluchten binnen Europa.
Internationale treinreizen zitten de laatste jaren duidelijk in de lift. Deutsche Bahn meldt dat het aantal reizigers op populaire Europese routes sterk stijgt. Op de verbinding tussen München en Zürich groeide het aantal passagiers in 2025 met 27 procent ten opzichte van een jaar eerder. Tussen Frankfurt am Main en Parijs bedroeg de stijging 22 procent.
Scandinavië dichter bij Duitsland
Volgens Michael Peterson, bestuurslid langeafstandsverkeer van Deutsche Bahn, verbindt de nieuwe route straks “drie hoofdsteden via het spoor”. Daarmee doelt hij op Berlijn, Kopenhagen en Oslo. Voor Nederlandse reizigers kan de verbinding eveneens interessant worden. Vanuit Nederland bestaan al goede treinverbindingen met Berlijn en Hamburg, waardoor een treinreis naar Scandinavië zonder vliegtuig steeds realistischer wordt. Vooral voor reizigers die duurzamer willen reizen, kan de nieuwe ICE-route aantrekkelijk zijn. Deutsche Bahn werkt voor het project samen met de nationale spoorbedrijven van Denemarken en Noorwegen.
Nachttreinen en internationale routes steeds belangrijker
De plannen passen in een bredere trend waarbij Europese spoorbedrijven opnieuw investeren in internationale langeafstandsroutes. De afgelopen jaren kwamen er al meer nachttreinen en grensoverschrijdende verbindingen bij, mede door de groeiende aandacht voor klimaatvriendelijk reizen. Toch blijft het internationale spoorverkeer in Europa ingewikkeld. Verschillende beveiligingssystemen, nationale regelgeving en capaciteitsproblemen zorgen regelmatig voor vertragingen bij nieuwe verbindingen. Juist daarom ziet de Europese Commissie deze proefprojecten als belangrijk voor de toekomst van het Europese spoor.
