EU-terugkeerverordening: Duitsland wil asielzoekers zonder beschermingsstatus naar derde landen sturen

Een medewerker van het Griekse Rode Kruis begeleidt een vluchteling na aankomst op het eiland Lesbos.
Een medewerker van het Griekse Rode Kruis begeleidt een vluchteling na aankomst op Lesbos. Foto: Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)

De nieuwe EU-terugkeerverordening moet het voor Europese landen eenvoudiger maken om mensen zonder verblijfsrecht uit te zetten. Na maanden van onderhandelingen hebben het Europees Parlement en de lidstaten overeenstemming bereikt over nieuwe regels die onder meer toestaan dat afgewezen asielzoekers naar zogenoemde derde landen worden gestuurd.

Duitsland behoort tot de landen die al actief op zoek zijn naar mogelijke partnerlanden. De maatregel maakt deel uit van de bredere hervorming van het Europese asiel- en migratiebeleid, die vanaf 12 juni in werking treedt.

Uitzetting naar derde landen wordt mogelijk

De meest opvallende verandering in de EU-terugkeerverordening is dat lidstaten personen zonder beschermingsstatus voortaan naar een derde land mogen overbrengen. Dat kan een land zijn waar zij tijdelijk verblijven in afwachting van terugkeer naar hun land van herkomst, maar ook een land waar zij langdurig kunnen verblijven. In Europese discussies worden dergelijke locaties vaak aangeduid als “return hubs” of terugkeercentra.

Voorwaarde is wel dat de betrokken derde landen internationale mensenrechten respecteren en betrokkenen niet doorsturen naar landen waar zij gevaar lopen op vervolging of andere mensenrechtenschendingen. Overeenkomsten tussen EU-landen en dergelijke partnerlanden moeten duidelijke afspraken bevatten over de overdracht van personen, de verblijfsomstandigheden, eventuele verdere terugkeerprocedures en toezicht op de naleving van de afspraken.

Duitsland zoekt samen met Nederland naar partnerlanden

Duitsland werkt bij deze zoektocht samen met Nederland, Denemarken, Oostenrijk en Griekenland. Deze vijf landen willen nog voor het einde van het jaar concrete gesprekken beginnen met landen die bereid zijn uitgeprocedeerde migranten op te nemen.

De discussie over terugkeercentra buiten de Europese Unie speelt al langer. Verschillende Europese regeringen zoeken naar manieren om het aantal afgewezen asielzoekers dat daadwerkelijk terugkeert te verhogen. In veel gevallen blijkt uitzetting lastig omdat landen van herkomst weigeren hun eigen burgers terug te nemen.

Minder mogelijkheden om procedures te vertragen

Een tweede belangrijke wijziging in de EU-terugkeerverordening betreft de samenwerking tussen de lidstaten. In de toekomst moet één terugkeerbesluit geldig zijn in de hele Europese Unie. Wanneer een lidstaat een uitzettingsbesluit neemt, kunnen andere lidstaten dat in principe rechtstreeks uitvoeren. Daarmee wil Brussel voorkomen dat afgewezen asielzoekers nieuwe procedures starten in andere EU-landen om hun vertrek uit te stellen.

Op verzoek van de lidstaten geldt hiervoor echter een overgangsperiode van twee jaar. In die periode kunnen landen vrijwillig deelnemen aan dit systeem. Daarna beoordeelt de Europese Commissie of verplichte wederzijdse erkenning mogelijk wordt.

Meer druk op landen die migranten niet terugnemen

De nieuwe regels geven Europese landen bovendien extra middelen om druk uit te oefenen op staten die weigeren hun eigen onderdanen terug te nemen. Voortaan kunnen ontwikkelingshulp en handelsvoordelen worden ingezet als politiek drukmiddel om samenwerking af te dwingen. De Europese Unie gebruikt dergelijke instrumenten al gedeeltelijk, maar de nieuwe verordening geeft daarvoor een duidelijkere juridische basis.

Strengere regels voor afgewezen asielzoekers

De EU-terugkeerverordening bevat daarnaast strengere verplichtingen voor personen die een EU-land moeten verlaten. Zij moeten in het verantwoordelijke EU-land blijven, documenten over hun identiteit overleggen, informatie geven over hun reisroute en biometrische gegevens laten registreren. Ook kunnen controles en doorzoekingen plaatsvinden als onderdeel van de terugkeerprocedure.

Wie niet meewerkt met de autoriteiten, riskeert sancties. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan het beperken of stopzetten van bepaalde financiële voorzieningen die uitsluitend bedoeld zijn voor het noodzakelijke levensonderhoud.

Langere detentie mogelijk

Ook de mogelijkheden voor vreemdelingenbewaring worden uitgebreid. Tot nu toe kon detentie vooral worden toegepast wanneer er sprake was van vluchtgevaar of wanneer iemand actief probeerde een uitzetting te verhinderen. Onder de nieuwe regels kan ook het overtreden van opgelegde verblijfsbeperkingen worden beschouwd als aanwijzing voor vluchtgevaar.

Daarnaast kunnen autoriteiten strenger optreden wanneer betrokkenen onjuiste informatie verstrekken of zich niet houden aan meldingsplichten. Volgens de nieuwe regeling wordt de maximaal toegestane duur van bewaring bovendien verlengd tot twaalf maanden.

Politieke koerswijziging in Brussel

Opvallend is dat niet alleen veel nationale regeringen aandrongen op strengere migratieregels, maar ook het Europees Parlement. Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung weerspiegelt dit een bredere politieke verschuiving binnen Europa, waarbij rechtse en conservatieve partijen meer invloed hebben gekregen op het migratiedebat. Daardoor verliepen de onderhandelingen tussen het Parlement en de lidstaten relatief soepel. Zowel een meerderheid van de lidstaten als een rechtse meerderheid in het Parlement steunden een strengere aanpak van terugkeer en uitzetting.

Met de nieuwe EU-terugkeerverordening zet de Europese Unie daarmee een volgende stap in haar poging om het terugkeerbeleid effectiever te maken. De komende maanden zal duidelijk worden welke derde landen bereid zijn om met Europese regeringen samen te werken.