Afgelopen woensdag trad de Nederlandse pianist en componist Joep Beving op in de grote zaal van de Berliner Philharmonie. Berlijn was na Athene het tweede station van zijn Liminal Tour. Het werd een avond die wat mij betreft veel langer had mogen duren.
Tegen half acht doofde het licht en verscheen de Amerikaanse gitarist Michael A. Muller op het podium. Net als Beving brengt hij ook werk uit bij het gerenommeerde label Deutsche Grammophon. Hij stelde zich kort voor aan het publiek, vertelde dat hij uit Los Angeles komt en dat het een eer is om samen met Joep Beving op te treden. Ook kondigde hij aan dat zijn nieuwe album Elyria Sound op vrijdag verschijnt.

Pas op dat moment realiseerde ik me dat Muller niet samen met Beving zou spelen, maar het voorprogramma verzorgde. Zijn gitaarmuziek klonk rustig en verzorgd, soms bijna filmisch, maar nam me niet echt mee op reis. Na ongeveer een half uur gingen de lichten alweer aan. Het voelde als een voorgerecht: smaakvol en licht, maar vooral bedoeld om het verlangen naar het hoofdgerecht groter te maken.
Dat hoofdgerecht kwam ruim een kwartier later in de vorm van Joep Beving zelf.
Bescheiden vertelde hij dat hij liever Engels sprak omdat zijn Duits nog niet goed genoeg is. Ook zei hij glimlachend dat het inmiddels tien jaar geleden is dat hij zijn “hobby” professioneel begon te maken, waarbij hij met zijn vingers kleine aanhalingstekens in de lucht tekende. Daarna nam hij plaats achter de piano van de Philharmonie — niet zijn eigen instrument, zo vertelde hij erbij.
Een landschap van klanken
Vanaf de eerste noten ontstond een merkwaardige rust in de zaal. De muziek van Beving voelde niet als een concert dat je simpelweg beluistert, maar als een landschap waar je langzaam doorheen beweegt. Soms had ik het gevoel even buiten de wereld terecht te komen, alsof de muziek je losmaakt van alles wat zich buiten de Philharmonie afspeelt.
In een interview op de Duitse radio met cultuur- en muziekjournalist Carsten Beyer vertelde Beving later dat hij vaak met gesloten ogen speelt omdat hij zich zo volledig op de muziek kan concentreren. “Het is bijna een vorm van meditatie,” zei hij daarover.
De grote zaal bleek daarbij een verrassend decor. Vooraf had ik me afgevraagd of deze verstilde muziek niet zou verdwijnen in de enorme ruimte van de Philharmonie. Maar juist die combinatie werkte vaak bijzonder goed. De piano klonk soms klein en kwetsbaar in de immense zaal, waarna de klanken zich langzaam leken uit te strekken richting de tribunes en balkons.
Intimiteit in een immense zaal
Ondanks de omvang van de zaal wist Beving een opmerkelijk intieme sfeer op te roepen. Tussen de stukken door sprak hij ontspannen met het publiek, bijna alsof hij verhalen vertelde in een klein café in plaats van in een van de beroemdste concertzalen van Europa. Op een gegeven moment sprak hij over liefde en haat, en over zijn dankbaarheid dat hij gevoelens van woede en onrust via muziek kon omzetten in iets moois.
Bij het stuk Wild Renaissance vertelde hij dat het gelijknamige boek van Guillaume Logé als inspiratiebron diende. Later sprak hij openhartig over het verlies van zijn vriend en manager Mark, met wie hij jarenlang samenwerkte. Ze leerden elkaar kennen in de wereld van marketing en reclame, lang voordat Beving doorbrak als componist en pianist. De manier waarop hij hierover vertelde, gaf de avond een extra persoonlijke lading.
Sommige composities riepen herinneringen op aan vervlogen tijden. Toen ik mijn ogen even sloot en daarna weer opende, leek de zaal voortdurend van gedaante te veranderen. De verlichte rijen stoelen deden denken aan een aula, even later aan een kerk, en vervolgens weer aan een open ruimte waarin herinneringen voorbij dreven als beelden op een groot scherm.
Tegen het einde van de avond zette Beving een koptelefoon op en werkte hij met elektronische klanken die via zijn laptop werden aangestuurd. Uit de luidsprekers steeg een aanhoudend geruis op dat eerst deed denken aan een naderende helikopter en later bijna aan een ruimteschip. Het vormde een scherp contrast met de verstilde pianostukken eerder op de avond.
Meer dan alleen neoklassiek
Over de term ‘neoklassiek’, waarmee artiesten als Joep Beving vaak worden aangeduid, bestaan discussies. Muziekjournalist Joep Stapel schreef eerder in NRC dat het woord tegenwoordig vooral wordt gebruikt voor hedendaagse, verstilde pianomuziek van componisten als Ludovico Einaudi, Nils Frahm en Joep Beving. Wat die muziek precies ‘klassiek’ maakt, blijft volgens hem de vraag.
Ik ben geen muziekjournalist en ook geen kenner van muziektheorie. Ik luister vooral graag naar jazz en klassieke muziek. Maar juist daarom werkte deze avond voor mij zo goed. Niet omdat ik technisch kon analyseren wat er gebeurde, maar omdat de muziek beelden, herinneringen en rust opriep.
In hetzelfde radio-interview zei Beving dat hij zijn muziek zelf eerder ziet als een mengvorm van pop en ambient dan als klassieke muziek. Volgens hem leven mensen tegenwoordig “te veel in hun hoofd” en te weinig vanuit het hart.
Een stil einde
Na afloop nam Beving het warme applaus zichtbaar dankbaar in ontvangst. Hij boog naar alle kanten van de zaal en verdween van het podium. Sommige bezoekers stonden al op, denkend dat het concert voorbij was, maar Beving keerde nog eenmaal terug voor een toegift.
Daarna werd het stil in de Philharmonie. Definitief.

Joep Beving speelt dit voorjaar ook in België en Nederland:
12 mei: Gent
De Vooruit
13 mei: Antwerpen
Arenberg theater
21 mei: Utrecht
Tivoli Vredenburg
22 mei: Nijmegen
Concertgebouw De Vereeniging
23 mei: Eindhoven
Muziekgebouw Eindhoven
27 mei: Rotterdam
Laurenskerk
28 mei: Haarlem
PHIL
29 mei: Zwolle
Odeon
10 juni: Groningen
De Oosterpoort
7 augustus: Deventer
Burgerweeshuis
Beluister hieronder “Wild Renaissance”, een compositie van het nieuwe album Liminal waar Joep Beving tijdens het concert in Berlijn uitgebreid over vertelde:
