AfD-verbod stap dichterbij? Juridisch rapport ziet goede kansen bij Bundesverfassungsgericht

Demonstranten bij het bondskanselarij in Berlijn pleiten voor een verbodsprocedure tegen de AfD.
Demonstratie in Berlijn voor een verbodsprocedure tegen de AfD. Foto: Leonhard Lenz / Wikimedia Commons (CC0 1.0 Public Domain)

Een omvangrijk juridisch rapport stelt dat een verbod van de AfD bij het Duitse constitutionele hof (Bundesverfassungsgericht) kans van slagen heeft. Volgens de auteurs handelt de partij in strijd met de Duitse grondwet. Het rapport kan de politieke discussie over een procedure om een partij te verbieden nieuw leven inblazen.

De discussie over een mogelijk verbod van de rechts-populistische AfD sleept in Duitsland al jaren voort. Een belangrijke vraag is steeds of een verzoek aan het Bundesverfassungsgericht juridisch wel kans maakt. Volgens een nieuw juridisch rapport van de Gesellschaft für Freiheitsrechte (GFF, een Duitse burgerrechtenorganisatie) is het antwoord daarop: ja.

Rapport van ruim 1.500 pagina’s

Het rapport, opgesteld door een team van negen juristen onder leiding van rechtsgeleerde Bijan Moini, omvat meer dan 1.500 pagina’s. Daarnaast is nog eens een even omvangrijke bijlage toegevoegd met citaten van AfD-politici en andere bewijsstukken.

De onderzoekers concluderen dat de AfD volgens artikel 21 van de Duitse grondwet als ongrondwettelijk kan worden beschouwd en dat een procedure voor een partijverbod daarom een reële kans van slagen heeft.

Een dergelijke procedure kan overigens niet door burgers worden gestart. Alleen de Duitse federale regering, de Bondsdag of de Bondsraad kunnen het Constitutionele Hof verzoeken een politieke partij te verbieden.

Drie hoofdargumenten

De juristen baseren hun conclusie op drie hoofdpunten.

Volgens het rapport probeert de AfD het democratische proces te ondermijnen door tegenstanders en bepaalde bevolkingsgroepen stelselmatig te intimideren. Ook wijzen de auteurs erop dat AfD-politici regelmatig hebben verklaard politici van andere partijen strafrechtelijk te willen vervolgen vanwege hun politieke besluiten.

Daarnaast stellen de juristen dat de partij mensen met een migratieachtergrond, en vooral moslims, structureel discrimineert. Daarbij verwijzen zij onder meer naar voorstellen voor een verbod op de bouw van moskeeën en plannen om vooral kinderen uit volgens de partij “bijzonder Duitse” gezinnen extra te ondersteunen. Volgens de auteurs is dat in strijd met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

Ten slotte achten zij ook verschillende standpunten van de AfD over asielzoekers onverenigbaar met de Duitse grondwet. Zo zou het onthouden van een menswaardig bestaansminimum en adequate gezondheidszorg strijdig zijn met de bescherming van de menselijke waardigheid.

Geen garantie op een verbod

Het rapport betekent niet dat een verbod nu waarschijnlijk is. De uiteindelijke beslissing ligt uitsluitend bij het Bundesverfassungsgericht.

Het Duitse staatsrecht laat bovendien ruimte voor verschillende juridische interpretaties. Hoe de acht rechters van de bevoegde senaat de argumenten en het bewijsmateriaal uiteindelijk zouden beoordelen, valt vooraf niet met zekerheid te zeggen. Wel verwijst het rapport uitgebreid naar eerdere uitspraken, waaronder de procedures rond een mogelijk verbod van de extreemrechtse NPD.

Politieke discussie krijgt nieuwe impuls

Voorstanders van een procedure om een partij te verbieden zien in het rapport een belangrijke steun in de rug.

De Groene Bondsdagafgevaardigde Till Steffen stelt dat het rapport duidelijk maakt dat de AfD een bedreiging vormt voor de democratie en de vrijheid. SPD-parlementariër Carmen Wegge pleit ervoor dat de federale overheid en de deelstaten samen een werkgroep vormen om een eventuele procedure bij het Constitutionele Hof voor te bereiden.

Binnen de christendemocratische CDU en de Beierse zusterpartij CSU bestaat voor een procedure voor een partijverbod vooralsnog weinig enthousiasme. Ook het door de CSU geleide federale ministerie van Binnenlandse Zaken staat terughoudend tegenover zo’n stap.

Een uitzondering is CDU-parlementariër Elisabeth Winkelmeier-Becker. Zij benadrukt dat alleen het Constitutionele Hof uiteindelijk kan beoordelen of een verbod gerechtvaardigd is, maar vindt wel dat het hof de gelegenheid moet krijgen die toetsing uit te voeren, zowel voor de landelijke partij als eventueel voor afzonderlijke AfD-afdelingen in de deelstaten.