Voor de meeste mensen is het al lastig genoeg om hun nalatenschap te regelen. Maar voor mensen zonder vaste woonplek is dat vrijwel onmogelijk. In Hamburg proberen hulporganisaties dat probleem nu aan te pakken met een bijzonder initiatief: een digitaal platform waarop dak- en thuisloze mensen hun laatste wensen en belangrijke informatie kunnen vastleggen. Het project heet Straßennachlass – letterlijk: “straatnalatenschap”.
Een nalatenschap zonder adres
Wanneer iemand zonder woning overlijdt, blijft vaak weinig informatie achter. Documenten raken kwijt of worden nat op straat. Soms weten hulpdiensten niet eens wie de overledene precies was en of er familie bestaat. Volgens de initiatiefnemers gebeurt het geregeld dat iemand simpelweg als “onbekend” of “onderkoeld overleden” in een dossier belandt. Alleen al deze winter stierven in Hamburg achttien dakloze mensen.
“Vaak kennen we zelfs de naam van de overledene niet,” zegt Volker Kruse van het bedrijf Chronuu, dat het digitale platform ontwikkelt. “Laat staan dat we weten of er familieleden zijn die op de hoogte moeten worden gebracht.”
Het project wil voorkomen dat mensen op straat sterven zonder dat hun verhaal of hun wensen ergens zijn vastgelegd.
Vier organisaties achter het initiatief
Het initiatief is opgezet door vier organisaties:
-
Gabenzaun (een Hamburgse hulporganisatie voor daklozen)
-
Straßenhilfe Hamburg (straathulp)
-
Hoffnungsorte Hamburg (kerkelijke hulporganisatie)
-
Chronuu, een start-up uit Lüneburg die software ontwikkelt voor digitale nalatenschappen
Samen willen ze naar eigen zeggen het eerste digitale nalatenschapsplatform in Duitsland speciaal voor dak- en thuisloze mensen creëren.
De registratie gebeurt anoniem. Gebruikers kunnen belangrijke informatie opslaan, zoals contactpersonen, documenten of persoonlijke boodschappen. Ook kunnen zij een vertrouwenspersoon aanwijzen die na hun overlijden toegang krijgt tot de gegevens en familie kan informeren.
“De waardigheid van een mens eindigt niet wanneer iemand zijn woning verliest,” zegt Gerardo Köpke van de hulporganisatie Gabenzaun.
Praktische vragen die zelden worden gesteld
Het platform bevat een vragenlijst die mensen helpt hun nalatenschap stap voor stap vast te leggen. Daarin komen ook heel concrete vragen aan bod:
-
Wie moet voor mijn hond zorgen als ik sterf?
-
Waar ligt mijn testament als ik het niet bij me heb?
-
Zijn er familieleden met wie ik geen contact meer heb, maar aan wie ik nog een boodschap wil achterlaten?
Opvallend is dat dakloze mensen zelf hebben meegewerkt aan deze vragenlijst. Zij gaven aan welke informatie volgens hen belangrijk is om vast te leggen.
Armband met chip voor noodgevallen
Naast het digitale portaal komt er ook een armband met een geïntegreerde chip. Via die chip kunnen hulpdiensten, politie of hulporganisaties in noodsituaties toegang krijgen tot noodcontacten. Zo kan de aangewezen vertrouwenspersoon snel worden geïnformeerd. Volgens de initiatiefnemers is dat vooral belangrijk omdat veel dakloze mensen geen identiteitsdocumenten bij zich hebben.
Registratie kan via hulporganisaties, maar ook zelfstandig met een smartphone of computer. Veel mensen zonder woning beschikken tegenwoordig wel over een e-mailadres of een telefoon.
Digitale hulpverlening als nieuwe trend
Het Hamburgse project past in een bredere ontwikkeling binnen de Duitse daklozenhulp: steeds vaker worden digitale middelen ingezet om kwetsbare groepen beter te bereiken. Zo experimenteren verschillende steden met digitale adressen, medische online dossiers en apps waarmee dakloze mensen hulpinstanties kunnen vinden.
Het project Straßennachlass moet over ongeveer drie maanden van start gaan. Voor de ontwikkeling van de software en de hardware – zoals registratiezuilen bij hulporganisaties zoals de Bahnhofsmission (kerkelijke hulpdienst op grote stations) – is ongeveer 50.000 euro nodig. Er ontbreekt nog geld. Maar de initiatiefnemers hopen dat het project uiteindelijk een landelijk voorbeeld kan worden.
“Het gaat niet alleen om documenten,” zegt Köpke. “Het gaat erom dat ook mensen zonder huis een verhaal hebben dat gehoord mag worden.”
