ARD en ZDF schrappen drie tv-zenders en zetten in op gezamenlijke kanalen

ARD Hauptstadtstudio aan de Spree in Berlijn, waar het politieke programma Bericht aus Berlin wordt uitgezonden
ARD Hauptstadtstudio in Berlijn. © Bärbel Miemietz / Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)

De Duitse publieke omroepen ARD en ZDF gaan hun televisieaanbod ingrijpend hervormen. Vanaf eind 2026 verdwijnen drie gespecialiseerde tv-zenders: ARD alpha, tagesschau24 en One. In plaats daarvan willen de omroepen hun programma’s bundelen in gezamenlijke kanalen en sterker inzetten op digitale platforms.

De beslissing vloeit voort uit de zogeheten Reformstaatsvertrag, een mediaverdrag tussen de zestien Duitse deelstaten dat eind 2025 in werking trad. Daarin staat dat de publieke omroep efficiënter moet worden georganiseerd en beter moet aansluiten bij het veranderende mediagebruik.

Minder zenders, meer samenwerking

De hervorming betekent dat ARD en ZDF hun aanbod concentreren rond drie gezamenlijke zwaartepunten. Zo wordt ZDFneo, tot nu toe een zender van ZDF, voortaan een gezamenlijk kanaal van ARD en ZDF. De focus ligt daar op programma’s voor jonge volwassenen.

Ook ZDFinfo, bekend om documentaires en achtergrondprogramma’s, wordt een gezamenlijk project van beide omroepen. Deze zender zal deels de rol overnemen van ARD alpha, dat vooral educatieve programma’s uitzendt.

Het nieuws- en actualiteitenkanaal tagesschau24 verdwijnt eveneens. Onderdelen van deze zender worden geïntegreerd in Phoenix, het gezamenlijke informatiekanaal van ARD en ZDF dat zich richt op politieke verslaggeving, parlementaire debatten en grote nieuwsgebeurtenissen.

Volgens ARD-voorzitter Florian Hager blijft de journalistieke infrastructuur achter tagesschau24 echter bestaan. Die redactie moet ook in de toekomst snelle berichtgeving en duiding bij belangrijke gebeurtenissen blijven leveren.

Politieke druk op publieke omroep

De hervorming komt niet uit de lucht vallen. De Duitse publieke omroep staat al jaren onder politieke en maatschappelijke druk. Kritiek richt zich onder meer op de omvang van het zenderaanbod en de kosten van het systeem, dat wordt gefinancierd via de verplichte Rundfunkbeitrag (omroepbijdrage) die vrijwel ieder huishouden betaalt.

De Reformstaatsvertrag verplicht ARD en ZDF daarom om het aantal themakanalen te beperken. Waar eerder vier zenders met informatie, educatie en documentaires bestonden, mogen dat er straks nog slechts twee zijn. Ook het aantal kanalen voor jonge kijkers wordt teruggebracht van twee naar één. De nieuwe gezamenlijke kanalen moeten uiterlijk in 2033 grotendeels naar internetplatforms worden overgebracht.

Meer focus op digitale platforms

Voor ARD en ZDF is de hervorming ook een poging om beter aansluiting te vinden bij jongere doelgroepen. Steeds minder mensen kijken nog lineaire televisie, terwijl online video en streaming steeds belangrijker worden.

Volgens ZDF-intendant Norbert Himmler is het doel om programma’s te concentreren rond sterke gezamenlijke merken. Initiatieven zoals Funk (het gezamenlijke online platform voor jongeren) en KiKA (de gezamenlijke kinderzender) tonen volgens hem aan dat samenwerking tussen de omroepen succesvol kan zijn.

De omroepen willen daarom hun digitale aanbod verder uitbreiden en hun programma’s sterker online verspreiden.

Publieke omroep als “democratische infrastructuur”

De Duitse deelstaten, die verantwoordelijk zijn voor de mediawetgeving, zien de hervorming als een noodzakelijke modernisering. Alexander Schweitzer, minister-president van Rijnland-Palts en voorzitter van de mediacommissie van de deelstaten, noemt de hervorming een belangrijke stap.

Volgens hem moet de publieke omroep zich ontwikkelen van een verzameling gespecialiseerde zenders naar “sterke journalistieke bakens”. Daarmee blijft de publieke omroep volgens de politiek een belangrijke pijler van de democratische informatievoorziening.

ARD en ZDF spelen een vergelijkbare rol als de NPO in Nederland. Net als in Nederland worstelt ook Duitsland met dezelfde vraag: hoe blijft een publieke omroep relevant in een tijdperk waarin steeds meer kijkers hun nieuws en entertainment online consumeren?