Berlijn/Schwerin – De sociaal-democratische deelstaatpremier van Mecklenburg-Voorpommeren, Manuela Schwesig, heeft scherpe woorden gesproken over het nieuw gesloten coalitieakkoord tussen CDU/CSU en SPD. Ze waarschuwt dat het wantrouwen in Oost-Duitsland diep zit en grotendeels is overgegaan naar de radicaal-rechtse AfD. “Noch CDU, noch SPD hebben het vertrouwen gewonnen in het oosten – helaas de AfD wel,” zei ze in een interview met tagesschau24.
In Duitsland bestaat er nog altijd een verschil tussen de ‘oude’ West-Duitse deelstaten en de voormalige DDR-deelstaten in het oosten. Economische ongelijkheid, demografische krimp en onvrede over politiek beleid zorgen in het oosten voor een grotere aanhang van de AfD. Schwesig vertegenwoordigt een van de vijf Oost-Duitse deelstaten.
“Het Westen luistert te weinig”
Volgens Schwesig is het een misvatting dat de AfD een ‘Oost-Duits’ probleem zou zijn. “Ook in West-Duitsland komen economische en sociale problemen, evenals het spanningsveld tussen stad en platteland, steeds duidelijker naar voren,” aldus Schwesig. “Maar het Westen wacht te lang. Ze luisteren niet naar het oosten.”
Ze benadrukt dat het belangrijk is dat Friedrich Merz (CDU), de beoogde nieuwe bondskanselier, beseft dat hij vooral door West-Duitsers is gekozen. “Hij is de eerste kanselier die niet in het oosten is gekozen,” aldus Schwesig.
“Niet nog eens een kibbelcoalitie”
De frustratie onder burgers is volgens haar deels te wijten aan de voortdurende ruzies binnen de vorige ‘Ampel-koalition’ (SPD, Groenen en FDP). De nieuwe coalitie tussen CDU/CSU en SPD moet het anders doen, stelt ze. “Mensen willen geen politiek spektakel meer, maar antwoorden op hun vragen. Begin gewoon, en ruzie niet.”
Hoewel Schwesig geen officiële Oost-quotum wil voor het nieuwe kabinet, pleit ze wél voor ministers met wortels in het oosten. Alleen zo kunnen de regio’s serieus vertegenwoordigd worden in Berlijn.
Wat is er bereikt?
Schwesig had als onderhandelaar namens de oostelijke deelstaten invloed op het coalitieakkoord. Ze wist onder meer rentenstabiliteit en meer regionale economische steun in de overeenkomst op te nemen. Minder succesvol was haar pleidooi voor betere internationale vliegverbindingen vanaf luchthaven BER bij Berlijn. “We hebben meer langeafstandsvluchten nodig, vergeleken met West-Duitsland,” stelt ze.
