Essay in Süddeutsche Zeitung: Bayreuth worstelt na 150 jaar nog met altijd zijn verleden

Het Bayreuther Festspielhaus, waar de Bayreuther Festspiele onder leiding van Katharina Wagner plaatsvinden.
Het Bayreuther Festspielhaus in Bayreuth is de thuisbasis van de jaarlijkse Bayreuther Festspiele. Foto: Markus Gögelein / Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)

Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Bayreuther Festspiele staat niet alleen de muziek van Richard Wagner centraal, maar ook de beladen geschiedenis van het festival. In een uitgebreid essay in de Süddeutsche Zeitung van 22 juli 2026 betoogt journalist Moritz Baumstieger dat Bayreuth nog altijd moeite heeft met de schaduw van het nationaalsocialisme. Volgens hem is de omgang met dat verleden nog altijd niet vanzelfsprekend, al ziet hij ook tekenen van verandering.

Wie meer wil weten over de geschiedenis, het bijzondere Festspielhaus en de betekenis van het Wagnerfestival, leest daarover meer in ons achtergrondartikel: Bayreuther Festspiele 2026: data, programma en betekenis van het Wagnerfestival.

Terwijl komend weekend de jubileumeditie van de Bayreuther Festspiele van start gaat, klinkt volgens Baumstieger naast de eerste tonen van Wagners muziek al decennialang een ander refrein: verdringen, verhinderen, bagatelliseren en verheerlijken. Die vier begrippen vormen de rode draad in zijn analyse van de geschiedenis van het festival.

‘Hier geldt de kunst’

Baumstieger begint zijn essay bij de heropening van de Festspiele in 1951. Na de Tweede Wereldoorlog was het Festspielhaus enige tijd in gebruik geweest door de Amerikaanse bezettingsmacht. Toen het festival weer van start ging, riepen de broers Wolfgang en Wieland Wagner bezoekers op om politieke discussies achterwege te laten. Op affiches en in programmaboekjes stond de boodschap dat op de Groene Heuvel alleen de kunst telde.

Volgens Baumstieger moest die houding een nieuwe start mogelijk maken. Tegelijkertijd betekende die houding volgens hem dat pijnlijke vragen over het nazi-verleden van de Wagner-familie en het festival werden weggedrukt.

Die houding was des te opvallender omdat Winifred Wagner, de moeder van Wolfgang en Wieland Wagner, haar bewondering voor Adolf Hitler nooit onder stoelen of banken had gestoken. Pas in 1975 kreeg zij een verbod om nog langer op de Festspielhügel aanwezig te zijn, nadat zij in een documentaire opnieuw lovend over Hitler had gesproken.

Moeizame verwerking van het verleden

Een belangrijk deel van Baumstiegers essay gaat over de trage verwerking van het nationaalsocialistische verleden.

Hij herinnert eraan dat historici jarenlang klaagden over een gebrek aan toegang tot belangrijke archieven van de familie Wagner. Daardoor bleef onderzoek naar de banden tussen de Bayreuther Festspiele en het naziregime volgens hem lange tijd bemoeilijkt.

Baumstieger verwijst onder meer naar historicus Hannes Heer, die in 2012 de tentoonstelling Verstummte Stimmen samenstelde over Joodse musici die tijdens het nationaalsocialisme werden vervolgd en vermoord. Volgens de essayist kreeg Heer destijds nauwelijks medewerking van de festivalleiding en geen toegang tot het archief van Wolfgang Wagner.

Pas later droeg Katharina Wagner een belangrijk deel van dat archief over aan het Beierse Staatsarchief. Andere familieleden zouden volgens Baumstieger echter nog altijd historisch relevant materiaal in privébezit houden.

De essayist haalt in dit verband een uitspraak uit 2012 van toenmalig staatssecretaris Hans-Joachim Otto aan: transparantie en een actieve verwerking van de geschiedenis zijn volgens hem geen vrijblijvende keuze, maar een verantwoordelijkheid.

Michel Friedman als recente testcase

Volgens Baumstieger laat ook de recente ophef rond Michel Friedman zien hoe gevoelig het onderwerp nog altijd ligt.

De Joods-Duitse publicist en voormalig politicus was uitgenodigd om tijdens de Festspiele te spreken over Richard Wagners antisemitisme, de relatie tussen Bayreuth en het nationaalsocialisme en de naoorlogse omgang met dat verleden. De bijeenkomst werd aanvankelijk afgelast. Officieel gebeurde dat vanwege veiligheidsredenen.

Baumstieger ziet daarin echter opnieuw een voorbeeld van de terughoudendheid waarmee de festivalleiding moeilijke historische thema’s soms benadert. Volgens hem dreigde opnieuw de kunst belangrijker te worden geacht dan de confrontatie met het verleden.

Richard Wagner en antisemitisme

Ook dirigent Christian Thielemann speelt een belangrijke rol in het essay.

Thielemann geldt als een van de grootste Wagner-dirigenten van deze tijd en staat deze zomer voor de tweehonderdste keer in de orkestbak van Bayreuth. Volgens Baumstieger erkende Thielemann in een interview met de Süddeutsche Zeitung dat Wagner antisemitische teksten schreef, maar trok hij later een groot deel van zijn politieke uitspraken weer in voordat het interview gepubliceerd kon worden. De krant besloot daarop het gesprek uiteindelijk niet in aangepaste vorm te publiceren.

Baumstieger benadrukt dat Richard Wagner zelf in het in 1850 verschenen essay Das Judenthum in der Musik openlijk antisemitische opvattingen formuleerde. Die teksten maken volgens hem onlosmakelijk deel uit van de geschiedenis van de componist en kunnen niet worden genegeerd.

Voorzichtig optimisme

Toch eindigt Baumstiegers essay niet uitsluitend kritisch. Hij wijst erop dat Katharina Wagner uiteindelijk besloot de bijeenkomst met Michel Friedman alsnog tijdens het openingsweekend van de jubileumeditie te laten plaatsvinden (lees: Katharina Wagner biedt excuses aan Michel Friedman na rel rond Bayreuther Festspiele). Friedman bezoekt bovendien samen met de festivalleiding de tentoonstelling Verstummte Stimmen, iets wat volgens Baumstieger jarenlang ondenkbaar zou zijn geweest.

Daarin ziet Baumstieger een voorzichtig teken dat Bayreuth langzaam een andere koers vaart dan in de decennia na de oorlog. Volgens Baumstieger laten de Bayreuther Festspiele daarmee zien dat artistieke kwaliteit en historische verantwoordelijkheid elkaar niet hoeven uit te sluiten.