De straat: Robert Seethalers mozaïek van het alledaagse leven

Berlijnse straat in de avondschemering als illustratie bij Robert Seethalers roman De straat
Foto: © Duitsland Vandaag – Allard van Gent

Op 25 juni verschijnt bij De Bezige Bij de nieuwe roman De straat van de Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler, die internationaal doorbrak met Een heel leven. Ook Die Straße werd, net als zijn eerdere boeken, naar het Nederlands vertaald door Liesbeth van Nes.

Die Straße verscheen op 30 april bij Ullstein Verlag. De Duitse media loofden zijn nieuwe werk.  Zou Seethaler ophouden met schrijven, dan zou dit boek volgens de FAZ een bijzonder sterk en ontroerend laatste boek zijn. De NDR roemde Seethaler omdat hij van het alledaagse grote literatuur maakt. Volgens de Frankfurter Rundschau zou dit boek wel eens zijn beste boek kunnen zijn. Deutschlandradio vergeleek het boek met een glas-in-loodraam dat uit talloze kleine scènes bestaat. Het mozaïek komt ook terug in de flaptekst van het boek: In zijn nieuwe roman verweeft Robert Seethaler hun verhalen tot een mozaïek van momenten, en daarmee van het leven zelf.

Seethaler opent zijn roman met een scène waarin een jongen met warrige en vochtige haren een elastiek spant, een oog dichtknijpt en zijn kleine rozige tong tussen zijn tanden drukt. Een raam slaat dicht en de duiven op de nok van het dak schrikken op.  Rumoerig gefladder, dan stilte. Als lezer heb ik een duidelijk beeld van wat zich hier in de ochtend afspeelt. De scène eindigt met de jongen * “die met de rug van zijn hand een haarlok van zijn voorhoofd veegt en naar de plek staart waar zojuist nog de tegen elkaar aangekropen lichamen van de slapende duiven waren.”

Boekomslag van de roman De straat van Robert Seethaler, verschenen bij De Bezige Bij
Nederlandse omslag van De straat van Robert Seethaler. © De Bezige Bij

Nu volgt een verbindingsstreepje. Een van de tientallen die nog volgen. Ze houden de tekstfragmenten als een mozaïek bij elkaar. Na het eerste verbindingsstreepje lezen we wat Carl zegt: * “Carl zegt dat we met meer dan honderd zijn, maar wat weet hij daar nou van. Vorige week hebben ze zijn buik leeggehaald. Een nier en het grootste deel van zijn darmen. Zoiets komt niemand zomaar te boven.

Ik weet precies met hoeveel we zijn, omdat ik met de keuken praat. Zusters en verplegers kun je vergeten, die hoeven niet op het geld te letten. In de keuken wordt haarscherp gecalculeerd; bij de prijzen van koffie en groente telt iedere portie.

Gisteren waren we nog met zevenennegentig en vandaag is Greta Bläulein gestorven. Ze hebben haar weggedragen en het naamplaatje van de deur losgeschroefd, fluisterend als dieven in de nacht.”

Vervolgens weer een verbindingsstreepje. Na enkele fragmenten kennen we een jongen met een katapult, bewoners van een verpleegtehuis en een straat die langzaam tot leven komt. De derde tekst begint met de gedachte van iemand: *“Dit jaar vallen er meer doden. Geen idee waarom. Misschien heeft het met het weer te maken. De ouderen klagen dat de ramen tocht doorlaten, terwijl toch iedereen weet dat onder perfect afgesloten ramen de schimmel welig tiert.

Vannacht is het rustig. Soms praat iemand in zijn slaap, maar wanneer hier in de zusterpost de radio aanstaat, is zelfs het hoesten nauwelijks te horen.“

In het vierde fragment zegt of denkt iemand „De meesten van ons komen uit deze streek. Velen zelfs uit deze straat. De afstanden worden kleiner met de tijd. Vroeger was de straat van ons. We hebben de bomkraters dichtgegooid en bomen geplant. In een gebombardeerd trappenhuis vonden we een hond.

Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler, auteur van de roman De straat
Robert Seethaler. © Urban Zintel / De Bezige Bij

In het vijfde fragment reageert iemand op het bovenstaande fragment, noemt de persoon „so ein Arsch“ en zegt dat hij er totaal geen verstand van heeft of liegt. Het zijn slechts drie zinnen en dan volgt het verbindingsstreepje naar een tekst die langer dan een pagina is. We maken kennis met de man die in de straat een antiquariaat gaat openen. En een paar fragmenten verder duikt ook de naam van de straat op: we bevinden ons in de Heidestraße.

Na enkele fragmenten kennen we een jongen met een katapult, bewoners van een verpleegtehuis en een straat die langzaam tot leven komt. Langzaam wordt duidelijk hoe de bewoners elkaar zien, beoordelen en herinneren, zonder dat ze in detail worden beschreven. De lezer wordt meegenomen naar verpleeghuis Abenschein, de bakkerij, de bloemenwinkel en de woningen van bewoners met hun eigen eigenaardigheden.

Net als in het echte leven wordt er geroddeld, geoordeeld en herinnerd. Seethaler krijgt het met dit boek voor elkaar het alledaagse leven in deze straat zo te schilderen dat je er als lezer middenin staat. De situaties zijn soms tragisch, soms bijzonder lachwekkend en soms gewoon zoals ze zijn. Sommige bewoners krijgen gaandeweg een steeds duidelijker gezicht.

Soms beland je in een situatie die aanvankelijk niets met de straat te maken lijkt te hebben, maar dan blijkt dat je in het verhaal zit dat een van de straatbewoners vertelt. En zo zitten er meer verrassingen in zoals de brieven aan S. Ik ga niet verraden wie S. is en wie de brieven schrijft. Dat laat ik aan de lezer over.

Die Straße is een mozaïekroman die is opgebouwd uit tientallen korte en langere fragmenten en ontmoetingen. Je glijdt langzaam een wereld binnen waarin steeds duidelijker wordt wie de mensen om je heen zijn en hoe hun levens in elkaar steken. Na 229 pagina’s verlaat je de straat alsof je er zelf een tijd hebt gewoond. Het is goed mogelijk dat je na het dichtslaan van het boek nog een keertje door de Heidestraße wilt lopen om te zien of je herinnering klopt bij wat er geschreven staat.

* Let op: de in dit artikel opgenomen vertalingen uitDie Straße’ zijn van mijzelf, tenzij anders aangegeven.