Kiezer vult een stembiljet in bij Duitse verkiezingen
Een Duits stembiljet. Partijen moeten doorgaans 5 procent halen om in het parlement te komen. Foto: Timo Klostermeier / CC BY 2.0 / ccnull.de

Bij Duitse verkiezingen speelt de kiesdrempel van 5 procent vaak een belangrijke rol. Vooral bij spannende deelstaatverkiezingen kan die grens grote gevolgen hebben. Een partij die nét 5 procent haalt, komt in principe in het parlement. Een partij die er nét onder blijft, niet.

Dat heeft niet alleen gevolgen voor de kleine partij zelf. De kiesdrempel van 5 procent kan ook bepalen welke coalities mogelijk zijn. En als veel stemmen naar partijen gaan die de kiesdrempel niet halen, kan een grote partij zelfs met minder dan 50 procent van de stemmen een meerderheid van de zetels krijgen.

Hoe werkt dat precies?

Wat is de kiesdrempel van 5 procent?

Bij verkiezingen voor de Duitse Bondsdag en bij de deelstaatverkiezingen geldt in principe dat een partij minstens 5 procent van de relevante geldige stemmen moet behalen om bij de zetelverdeling te worden meegenomen. In Duitsland heet dit de Fünf-Prozent-Hürde (vijfprocentgrens) of Sperrklausel.

Voor Nederlandse lezers is vooral het verschil met Nederland van belang. Duitsland kent een relatief hoge kiesdrempel. Een partij kan daardoor enkele procenten van de stemmen krijgen en toch volledig buiten het parlement blijven. Bij deelstaatverkiezingen is de kiesdrempel vastgelegd in de kieswet van de betreffende deelstaat. Daardoor kunnen de precieze regels en uitzonderingen verschillen.

Wat gebeurt er met stemmen onder de 5 procent?

Haalt een partij de kiesdrempel niet, dan doet zij in principe niet mee aan de verdeling van de zetels. De stemmen op die partij zijn niet ongeldig. Ze tellen mee voor de officiële verkiezingsuitslag, maar leveren de partij geen zetels op. Dat heeft gevolgen voor alle andere partijen.

Stel dat partijen die de kiesdrempel niet halen samen 15 procent van de stemmen krijgen. De zetels worden dan in feite verdeeld over de partijen die samen de overige 85 procent hebben behaald. Hun aandeel in het parlement wordt daardoor groter dan hun aandeel in het totale aantal uitgebrachte stemmen.

Waarom kan minder dan 50 procent toch een meerderheid opleveren?

Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het effect duidelijk.

Stel dat de uitslag als volgt is:

  • Partij A: 41 procent
  • Partij B: 25 procent
  • Partij C: 14 procent
  • Partij D: 6 procent
  • partijen onder de kiesdrempel: samen 14 procent

De eerste vier partijen hebben samen 86 procent van de stemmen gekregen. Alleen zij doen in dit vereenvoudigde voorbeeld mee aan de zetelverdeling. De 41 procent van partij A vertegenwoordigt dan ongeveer 47,7 procent van de stemmen die voor de zetelverdeling meetellen. Dat is nog geen meerderheid.

Maar naarmate meer stemmen naar partijen gaan die onder de kiesdrempel blijven, stijgt het effectieve zetelaandeel van de partijen die de drempel wel halen. Daardoor kan uiteindelijk minder dan 50 procent van alle uitgebrachte stemmen voldoende zijn voor een absolute meerderheid van de zetels.

Waarom zijn partijen rond de 5 procent zo belangrijk?

Een verschil van enkele tienden van een procentpunt kan grote politieke gevolgen hebben. Bij de Bondsdagverkiezingen van 2025 kreeg het Bündnis Sahra Wagenknecht (BSW) bijvoorbeeld 4,98 procent van de tweede stemmen. De partij bleef daarmee buiten de Bondsdag.

Bij de deelstaatverkiezingen in Thüringen in 2019 haalde de FDP daarentegen 5,007 procent en kwam daardoor wel in het parlement. Een jaar later kreeg de FDP in Hamburg 4,99 procent en bleef de partij buiten het deelstaatparlement. Het verschil tussen 4,9 en 5,1 procent kan dus niet alleen beslissen over de toekomst van een partij. Het kan ook de machtsverhoudingen in het hele parlement veranderen.

Waarom heeft Duitsland een kiesdrempel?

De kiesdrempel moet voorkomen dat parlementen sterk versplinteren doordat veel zeer kleine partijen zetels krijgen. Het achterliggende doel is de vorming van stabiele parlementaire meerderheden te vergemakkelijken.

De regeling is tegelijkertijd omstreden. Een belangrijk kritiekpunt is dat grote aantallen geldige stemmen uiteindelijk niet tot vertegenwoordiging in het parlement leiden. Bij de Bondsdagverkiezingen van 2025 ging het om ongeveer 6,8 miljoen tweede stemmen, oftewel 13,7 procent van alle geldige tweede stemmen. De kiesdrempel kan daardoor een aanzienlijk verschil veroorzaken tussen het percentage stemmen dat een partij krijgt en haar uiteindelijke aandeel in het parlement.

Geldt de kiesdrempel bij alle Duitse verkiezingen?

Nee. De regels verschillen per verkiezing.

Bij Bondsdagverkiezingen geldt de kiesdrempel van 5 procent voor de tweede stem, de stem die bepalend is voor de krachtsverhoudingen tussen de partijen. Er bestaat daarnaast een uitzondering voor partijen die minstens drie directe mandaten winnen. Ook partijen die nationale minderheden vertegenwoordigen, zijn bij Bondsdagverkiezingen uitgezonderd van de kiesdrempel van 5 procent.

Bij deelstaatverkiezingen geldt eveneens doorgaans een kiesdrempel van 5 procent. De precieze regeling staat echter in de kieswet van iedere afzonderlijke deelstaat. Bij gemeenteraadsverkiezingen bestaat in vrijwel alle Duitse deelstaten geen algemene kiesdrempel van 5 procent meer. Voor de verkiezingen van het Europees Parlement geldt in Duitsland momenteel evenmin een kiesdrempel van 5 procent.

Waar moet je bij Duitse verkiezingspeilingen op letten?

Wie een Duitse verkiezingspeiling bekijkt, moet daarom niet alleen kijken welke partij de grootste is. Minstens zo interessant zijn de partijen die rond de 5 procent staan. Een partij die in een peiling op 4 procent staat, dreigt buiten het parlement te vallen. Stijgt zij naar 6 procent, dan kan dat de zetelverdeling ingrijpend veranderen en kunnen ineens andere coalities mogelijk worden.

Vooral wanneer meerdere partijen tegelijk rond de kiesdrempel schommelen, kan een verkiezingsuitslag daardoor heel anders uitpakken dan de percentages op het eerste gezicht suggereren. Dat is ook waarom de kiesdrempel bij de komende deelstaatverkiezingen zo belangrijk is: niet alleen de vraag wie de meeste stemmen krijgt telt, maar ook welke kleinere partijen uiteindelijk de 5 procent halen.