Nieuwe stakingen bij Berlijns openbaar vervoer dreigen: conflict tussen BVG en vakbond verhardt

Tram van de BVG bij een halte in Berlijn, onderdeel van het openbaar vervoer
Een tram van de BVG bij een halte in Berlijn. Het openbaar vervoer in de Duitse hoofdstad ligt onder een vergrootglas vanwege toenemend geweld. © BVG / Tadeusz Chudy

In Berlijn dreigen opnieuw waarschuwingsstakingen bij de BVG, de Berliner Verkehrsbetriebe, het gemeentelijke vervoersbedrijf dat metro’s, trams en bussen in de Duitse hoofdstad exploiteert. Na drie onderhandelingsrondes tussen de directie en vakbond Verdi lijkt een doorbraak verder weg dan ooit.

Voor honderdduizenden reizigers – onder wie ook veel Nederlanders die in Berlijn wonen, werken of de stad bezoeken – betekent dat: opnieuw onzekerheid over het openbaar vervoer.

Waar gaat het conflict over?

Opvallend is dat het conflict niet draait om directe loonsverhogingen, maar om arbeidsvoorwaarden. Verdi, een van de grootste vakbonden van Duitsland, eist onder meer:

  • 33 vakantiedagen voor alle werknemers

  • 500 euro extra vakantiegeld

  • een maximale dienstlengte van twaalf uur

  • een minimale rusttijd van elf uur tussen diensten

  • invoering van een 35-urige werkweek vanaf 2027, met volledig loonbehoud

Het gaat om een zogenoemd Manteltarifvertrag, een cao die vooral de structurele arbeidsvoorwaarden regelt. Bij de BVG werken ongeveer 16.000 mensen. Volgens Verdi speelt de directie op tijd en weigert zij een concreet onderhandelingsvoorstel op tafel te leggen. De BVG werpt tegen dat de vakbond haar uitgebreide eisenpakket niet prioriteert en dat de kosten de financiële mogelijkheden van het bedrijf ver te boven gaan.

De financiële druk op de BVG

De BVG heeft berekend dat volledige inwilliging van alle eisen jaarlijks circa 150 miljoen euro extra zou kosten. Dat bedrag ligt politiek gevoelig. De BVG is namelijk volledig in handen van de deelstaat Berlijn. Eventuele extra uitgaven raken dus direct de begroting van de stadstaat.

Berlijn kampt al jaren met structurele begrotingsproblemen en hoge investeringskosten, onder meer voor infrastructuur, woningbouw en klimaatmaatregelen. In dat licht is het debat over arbeidsvoorwaarden meer dan een klassiek cao-conflict: het raakt aan de vraag hoeveel de politiek bereid is te investeren in aantrekkelijk werk in het openbaar vervoer.

Dat is een thema dat in heel Duitsland speelt. Net als in Nederland kampen vervoersbedrijven met personeelstekorten, hoge werkdruk en vergrijzing. Betere arbeidsvoorwaarden worden door vakbonden gezien als voorwaarde om voldoende personeel te behouden en nieuwe mensen aan te trekken.

Verharde toon

De toon tussen beide partijen is inmiddels stevig. Verdi spreekt van een “blokkadehouding” van de BVG en verwijt de directie het conflict onnodig te escaleren. De BVG benadrukt op haar beurt dat de eisen “de financiële mogelijkheden ruimschoots overschrijden” en eist dat de vakbond eerst duidelijk maakt welke punten echt prioriteit hebben.

Een nieuwe onderhandelingsronde staat gepland voor 4 en 5 maart. De vakbond heeft aangekondigd dat de interne cao-commissie zich de komende dagen beraadt op verdere acties en dat nieuwe waarschuwingsstakingen al vanaf volgende week mogelijk zijn.

Wat betekent dit voor reizigers?

Bij eerdere waarschuwingsstakingen lag het metro- en tramverkeer grotendeels stil en reden er aanzienlijk minder bussen. Dat leidde tot volle S-Bahn-treinen (de regionale stadsspoorwegen, geëxploiteerd door Deutsche Bahn) en drukte op alternatieve vervoersmiddelen.

Voor Nederlandse reizigers is het goed om rekening te houden met mogelijke verstoringen, zeker bij stedentrips of zakelijke bezoeken aan Berlijn. Ook voor grensoverschrijdend treinverkeer kan indirecte hinder ontstaan, bijvoorbeeld door overvolle aansluitingen.

Breder politiek signaal

Het conflict bij de BVG staat niet op zichzelf. In Duitsland lopen momenteel op meerdere plaatsen cao-onderhandelingen in de publieke sector. Vakbonden proberen structurele verbeteringen af te dwingen, terwijl overheden worstelen met krappe begrotingen.

De uitkomst in Berlijn kan daarom als signaal dienen voor andere deelstaten en gemeentelijke vervoersbedrijven. Wordt er fors geïnvesteerd in betere arbeidsvoorwaarden om personeel te behouden? Of kiezen politiek en directies voor financiële terughoudendheid met het risico op meer sociale conflicten?

Voorlopig lijken de fronten in Berlijn verhard. En zolang er geen concreet aanbod op tafel ligt, blijft de kans groot dat de hoofdstad opnieuw tijdelijk tot stilstand komt.