Terwijl Frankrijk recent besloot Palestina als staat te erkennen, houdt Duitsland vast aan zijn voorzichtige koers. Volgens de regering in Berlijn komt erkenning pas in beeld na onderhandelingen – niet ervoor.
“Alleen een tweestatenoplossing via dialoog kan op termijn vrede brengen,” stelt regeringswoordvoerder Stefan Kornelius. Zolang fundamentele kwesties open blijven – zoals de grenzen van een toekomstige Palestijnse staat, de internationale erkenning van een Palestijnse regering en de status van Oost-Jeruzalem – acht Duitsland een unilaterale erkenning niet zinvol.
Minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul sluit zich daarbij aan. Hij begrijpt de Franse zorgen over mogelijke annexatieplannen van Israël, maar vindt de Franse stap te voorbarig. “Een staat moet zich eerst duidelijk aftekenen voordat hij erkend kan worden.”
Binnen de Duitse politiek roept het Franse besluit gemengde reacties op. CDU- en CSU-politici reageren afwijzend: zij vrezen dat Hamas zich gesterkt voelt. Armin Laschet, voorzitter van de Bondsdagcommissie voor Buitenlandse Zaken, waarschuwt dat de erkenning de situatie in Gaza verder zou kunnen verharden. “Voor de lijdende bevolking zal dit niets verbeteren.”
Linksere partijen denken daar anders over. Linken-voorzitter Jan van Aken noemt de erkenning van Palestina door Frankrijk een belangrijk politiek signaal. Ook BSW-leider Sahra Wagenknecht roept de Duitse regering op om dit voorbeeld te volgen, om zich “niet medeplichtig te maken aan oorlogsmisdaden en hongersnood”.
De Duitse regering wil voorlopig inzetten op diplomatieke druk, bijvoorbeeld door Europese initiatieven te overwegen zoals het bevriezen van een belangrijk handelsverdrag met Israël. Spanje, dat Palestina al erkent, heeft hiervoor een voorstel ingediend binnen de EU.
Minister Reem Alabali Radovan (Ontwikkelingssamenwerking) benadrukt dat de focus nu moet liggen op humanitaire hulp, een staakt-het-vuren en de vrijlating van gijzelaars. Wat “meer druk” concreet inhoudt, blijft vooralsnog onduidelijk.
