Grote levensvragen in beeld: Modersohn-Becker en Munch samen in Dresden

Tentoonstellingsaanzicht van de expositie over Paula Modersohn-Becker en Edvard Munch in het Albertinum in Dresden
Tentoonstellingsaanzicht van “Paula Modersohn-Becker und Edvard Munch. Die großen Fragen des Lebens” in het Albertinum in Dresden. © Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Foto: Oliver Killig

In het Albertinum in Dresden is sinds dit weekend een bijzondere tentoonstelling te zien. Onder de titel Die großen Fragen des Lebens brengen de Staatliche Kunstsammlungen Dresden voor het eerst het werk van Paula Modersohn-Becker en Edvard Munch samen. De expositie markeert de 150ste geboortedag van Modersohn-Becker en laat zien hoe beide kunstenaars zich rond 1900 bezighielden met existentiële vragen als leven, vergankelijkheid, liefde en identiteit.

Paula Modersohn-Becker (1876–1907) en Edvard Munch (1863–1944) gelden allebei als belangrijke voorlopers van het expressionisme. Toch zijn ze zelden in één adem genoemd. In Dresden gebeurt dat nu voor het eerst, en niet toevallig in een stad die voor beiden een belangrijke rol speelde.

Zelfportretten als zoektocht

Zelfportret van Paula Modersohn-Becker met hand aan de kin uit 1906/07
Paula Modersohn-Becker, Selbstbildnis mit Hand am Kinn, 1906/07. © Landesmuseum Hannover / ARTOTHEK

Bij binnenkomst valt de nadruk direct op de zelfportretten. Vier afbeeldingen van Modersohn-Becker tonen telkens een andere vrouw: ernstig, kwetsbaar, zelfbewust of levenslustig. Ze maken duidelijk hoe sterk zij kunst gebruikte om zichzelf steeds opnieuw te onderzoeken. Diezelfde zoektocht zien bezoekers ook bij Munch, bijvoorbeeld in een lithografie uit 1895 waarin zijn gezicht uit een donkere achtergrond naar voren komt.

Volgens kunsthistoricus Andreas Dehmer, een van de curatoren, laten deze werken zien hoe intens beide kunstenaars in het leven stonden. Zelfportretten waren voor hen geen ijdelheid, maar een manier om te onderzoeken wie ze waren en hoe ze zich tot de wereld verhielden.

Het leven als centraal thema

De tentoonstelling is opgezet rond het begrip leven. Dat was  rond 1900 een belangrijk discussiepunt in de kunst en filosofie. Oude maatschappelijke conventies kwamen onder druk te staan door industrialisering, groeiende steden en veranderende rolpatronen tussen mannen en vrouwen. Curator Birgit Dalbajewa wijst erop dat kunstenaars destijds probeerden nieuwe antwoorden te formuleren op vragen als: wie zijn wij, en waar horen we thuis?

Modersohn-Becker en Munch deden dat ieder op hun eigen manier, maar met opvallend vergelijkbare thema’s. Hoe dichter de curatoren naar hun werk keken, hoe duidelijker die verwantschap werd.

Kindertijd, moederschap en vergankelijkheid

Schilderij Mädchenkopf van Paula Modersohn-Becker uit circa 1905
Paula Modersohn-Becker, Mädchenkopf, ca. 1905. © Städel Museum, Frankfurt am Main

Een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling draait om kindertijd en groei. Munchs expressieve Vier meisjes aan het strand bij Åsgårdstrand hangt tegenover Modersohn-Beckers Meisje in het berkenbos met kat, geschilderd in zachte, aardse tinten. Het contrast in stijl onderstreept juist de inhoudelijke verwantschap.

Ook de schilderijen van moeders met kinderen van Modersohn-Becker krijgen veel aandacht. Het zijn geen geïdealiseerde madonna’s, maar alledaagse vrouwen, sober en waardig weergegeven. Dalbajewa noemt ze krachtig en eerlijk, ver weg van zoete stereotypen.

Onder thema’s als De naakte mens en Jeugd en ouderdom ontstaat verderop een directe dialoog tussen iconische werken, zoals Modersohn-Beckers Zelfportret als staande naakte figuur uit 1905 en Munchs Het zieke kind. Dat laatste werk herinnert eraan dat een vroege versie ooit deel uitmaakte van de Dresdense collectie, maar door de nazi’s als ‘ontaarde kunst’ werd verkocht.

Dresden als kruispunt van de moderne kunst

De stad Dresden was rond 1900 een belangrijk centrum van de moderne kunst. Dat is terug te zien in de levens van beide kunstenaars. Munch verbleef meerdere keren in de stad en exposeerde er. Modersohn-Becker werd er geboren en keerde, ook toen ze later in Bremen en Worpswede woonde, regelmatig terug.

Volgens Hilke Wagner, directeur van het Albertinum, is de invloed van de Dresdense collecties duidelijk zichtbaar in Modersohn-Beckers werk. Ze wijst op verwijzingen naar Cranach, maar ook naar niet-Europese kunst, zoals Egyptische mummiemaskers en het werk van Gauguin. In de tentoonstelling zijn die verbanden bewust zichtbaar gemaakt.

Indrukwekkend slot met Munch

Schilderij Vampir van Edvard Munch uit 1895
Edvard Munch, Vampir, 1895. © Munchmuseet, Oslo

De tentoonstelling eindigt met een reeks topstukken van Edvard Munch, geleend van het Munch Museum in Oslo. Een van de blikvangers is De vampier, waarop een roodharige vrouw zich over een wanhopige man buigt. De oorspronkelijke titel luidde Liefde en pijn – opnieuw zo’n grote levensvraag die, meer dan een eeuw later, nog niets aan actualiteit heeft verloren.

Praktische informatie

De tentoonstelling Die großen Fragen des Lebens is te zien in het Albertinum in Dresden van 8 februari tot en met 31 mei 2026.

Openingstijden
Dagelijks van 11.00 tot 17.00 uur
Maandag gesloten
Donderdagavond open van 17.00 tot 20.00 uur

Entree
Zeitticket: 14 euro, gereduceerd 10,50 euro
Combiticket met vaste collectie: 19 euro, gereduceerd 14,50 euro
Jongeren tot 17 jaar gratis
Vanaf april 2026: kinderen vanaf 6 jaar 2 euro