De Europese Commissie wil tussen 2028 en 2034 maar liefst twee biljoen euro uitgeven, maar Duitsland trapt op de rem. De Duitse regering vindt het begrotingsvoorstel van Brussel onverantwoord in een tijd waarin lidstaten juist proberen hun nationale uitgaven te beperken. Niet alleen de omvang van het plan stuit op weerstand, ook de voorgestelde inkomstenbron – een nieuwe EU-heffing op grote bedrijven – roept forse kritiek op.
“Onverantwoord in deze tijd”
Volgens regeringswoordvoerder Stefan Kornelius is het voorstel van de Commissie “niet acceptabel”. Duitsland draagt als economische motor van de EU bijna een kwart bij aan de Europese begroting. “Een forse verhoging van het EU-budget valt niet uit te leggen aan burgers die nationaal al met bezuinigingen worden geconfronteerd,” aldus Kornelius.
Belastingen op grote bedrijven?
De Commissie wil grote bedrijven – met een omzet van meer dan 100 miljoen euro – extra laten bijdragen via een nieuwe Europese heffing. Deze inkomsten zouden de nationale begrotingen moeten ontlasten. Maar vanuit Berlijn klinkt afwijzing: volgens minister van Financiën Lars Klingbeil zou zo’n maatregel “het verkeerde signaal” afgeven en investeringen juist afremmen.
Ook het Duitse bedrijfsleven is uitgesproken negatief. De VDA (de autolobby) en de DIHK (de koepel van Duitse kamers van koophandel) waarschuwen voor schade aan de toch al kwetsbare economische groei. Extra heffingen zouden de concurrentiepositie van Europese bedrijven verder verzwakken.
Groene organisaties: “Gemiste kans”
Milieuorganisaties reageren eveneens teleurgesteld. De BUND noemt de plannen “een nulnummer voor natuurbescherming”, en het WWF hekelt juist de aangekondigde bezuinigingen op milieubescherming – terwijl Europa tegelijk zucht onder hittegolven, bosbranden en overstromingen.
Moeilijke onderhandelingen in zicht
Hoewel Duitsland positief is over de intentie van de Commissie om de EU-begroting beter af te stemmen op nieuwe prioriteiten zoals defensie en concurrentiekracht, blijft de algehele teneur kritisch. De onderhandelingen met het Europees Parlement en de andere lidstaten beloven dan ook uiterst moeizaam te worden.
