Energiecrisis zet Duitse coalitie onder druk: wie betaalt de rekening?

Minister van Financiën Lars Klingbeil en bondskanselier Friedrich Merz in de Bondsdag
Minister van Financiën Lars Klingbeil en bondskanselier Friedrich Merz in de Bondsdag tijdens de presentatie en bespreking van de Duitse begroting. ©Bundesregierung / Steffen Kugler

De Duitse regering werkt aan maatregelen om burgers financieel te ontlasten door stijgende energieprijzen. Maar binnen de coalitie bestaat nog geen overeenstemming over de aanpak. Verschillende voorstellen liggen op tafel, variërend van belastingverlagingen tot directe uitkeringen.

Volgens bondskanselier Friedrich Merz (CDU) zullen er alleen maatregelen komen als de prijzen “duurzaam en aanzienlijk” blijven stijgen. Tegelijkertijd temperde hij de verwachtingen: snelle besluiten zijn niet te verwachten, omdat de coalitiepartijen het eerst eens moeten worden.

Wat zijn de belangrijkste opties waarover in de Bondsdag wordt gediscussieerd?

Verhoging van de kilometervergoeding

Een van de voorstellen is het verhogen van de zogenoemde Pendlerpauschale (kilometervergoeding voor woon-werkverkeer) van 38 naar mogelijk 45 cent per kilometer. Vooral werknemers die lange afstanden afleggen zouden hiervan profiteren. Een nadeel is dat deze regeling pas effect heeft bij de belastingaangifte, waardoor burgers het geld pas later terugzien. Bovendien kost de maatregel de staat naar schatting 1,6 miljard euro per jaar.

Lagere belasting op elektriciteit

Een andere optie is het verlagen van de elektriciteitsbelasting naar het Europese minimum. Dat zou huishoudens direct ontlasten op de energierekening. Deze maatregel ligt politiek relatief voor de hand, omdat hij al in het coalitieakkoord is opgenomen. Toch is hij tot nu toe alleen doorgevoerd voor de industrie en landbouw. Voor een gemiddeld gezin kan dit circa 120 euro per jaar schelen, maar de kosten voor de overheid lopen op tot bijna 7 miljard euro.

Prijsplafond voor brandstof

Meer ingrijpend is het idee van een prijsplafond voor benzine en diesel. Daarbij stelt de overheid een maximumprijs vast, zoals al gebeurt in landen als België en Luxemburg. Voor Duitsland zou dit een uitzonderlijke stap zijn, omdat het een directe ingreep in de markt betekent. Binnen de conservatieve CDU/CSU bestaat daarom veel weerstand tegen dit plan.

Extra belasting op overwinsten

De sociaaldemocratische SPD pleit voor een zogenoemde overwinstenbelasting. Energiebedrijven die profiteren van hoge prijzen zouden extra belasting moeten betalen, waarna de opbrengst terugvloeit naar burgers. Een vergelijkbare regeling werd al toegepast tijdens de energiecrisis van 2022. Bondskanselier Merz is echter kritisch en wil dat eventuele misbruik eerst via mededingingsautoriteiten wordt aangepakt.

Tijdelijke verlaging van brandstofaccijns

Ook een nieuwe “tankkorting” ligt op tafel. Daarbij verlaagt de overheid tijdelijk de accijns op brandstof, waardoor benzine en diesel goedkoper worden. Deze maatregel werd eerder toegepast in 2022, maar is duur en komt vooral ten goede aan automobilisten. Bovendien bestaat het risico dat oliebedrijven de belastingverlaging niet volledig doorberekenen aan consumenten.

Lagere btw op levensmiddelen

Een andere mogelijkheid is het verlagen van de btw op basisproducten zoals brood, melk en groenten. In het meest vergaande scenario zou deze belasting zelfs naar nul procent gaan. Hoewel dit direct merkbaar is voor consumenten, heeft het grote gevolgen voor de staatskas: tot 17 miljard euro minder inkomsten per jaar.

Directe uitkering aan burgers

Tot slot wordt gedacht aan een nieuwe vorm van directe steun, vergelijkbaar met de energiepremie uit 2022. Toen kregen burgers een eenmalige betaling van enkele honderden euro’s. In de huidige discussie wordt dit soms “mobiliteitspremie” genoemd. Het voordeel is dat het geld direct bij mensen terechtkomt, maar ook deze maatregel is kostbaar en lastig gericht in te zetten.

Onenigheid en vertraging

De rode draad in de discussie is dat er nog geen duidelijke keuze is gemaakt. Binnen de coalitie van CDU/CSU en SPD bestaan grote verschillen van inzicht, vooral over marktinterventies en belastingmaatregelen. Bondskanselier Merz benadrukt dat steun gericht moet zijn en niet “met de gieter” moet worden verdeeld. Tegelijk waarschuwt hij dat de overheid burgers niet volledig kan beschermen tegen schommelingen op de wereldmarkt. Voorlopig lijkt het daarom vooral bij plannen en discussies te blijven – terwijl veel Duitse huishoudens al te maken hebben met stijgende kosten.