Jarenlange overtreding van grondwettelijke regels
De salarissen van duizenden ambtenaren in Berlijn bleken jarenlang niet te voldoen aan de Duitse grondwet. Dat heeft het Bundesverfassungsgericht, de hoogste Duitse rechtbank, in Karlsruhe vastgesteld. Het ging om de periode tussen 2008 en 2020, waarin bepalingen in het Berlijnse salarissysteem niet in overeenstemming waren met het Grundgesetz.
Vooral ambtenaren uit de zogeheten Besoldungsordnung A, het grootste deel van het ambtenarenapparaat, waren gedupeerd. De deelstaat Berlijn moet uiterlijk op 31 maart 2027 nieuwe, grondwettige salaristabellen invoeren.
Geen algemene terugbetaling
Hoewel het oordeel een forse tik op de vingers is, betekent het niet dat alle Berlijners in overheidsdienst nu hoge nabetalingen krijgen. Het Bundesverfassungsgericht bepaalt dat een terugwerkende compensatie alleen geldt voor de oorspronkelijke klagers én voor ambtenaren wier zaak nog juridisch openstaat. Voor alle anderen blijft de te lage beloning helaas zonder financiële gevolgen.
Wat betekent ‘Besoldung’?
In Duitsland wordt de beloning van ambtenaren, rechters en militairen aangeduid als Besoldung. Volgens het Alimentationsprinzip (het principe dat de staat verplicht is zijn ambtenaren een passend inkomen te bieden) moet de overheid zorgen voor een inkomen dat de ambtenaar en zijn gezin in staat stelt een levensstandaard te hebben die past bij de functie.
Minimumniveau: afstand tot de Grundsicherung
Een belangrijk criterium is de afstand tot de zogeheten Grundsicherung, het Duitse bestaansminimum voor mensen met een laag of geen inkomen. De Besoldung moet minstens vijftien procent boven dit niveau liggen. In Berlijn was dat jarenlang niet het geval.
Het Bundesverfassungsgericht hanteert voor de beoordeling een vaste driefasen methode:
-
Eerst wordt gecontroleerd of de minimumsalarisgrens wordt gehaald.
-
Daarna wordt gekeken of het loon is aangepast aan de economische omstandigheden en de algemene levensstandaard.
-
Pas als beide stappen een overtreding laten zien, volgt een derde toets: is de afwijking in uitzonderlijke gevallen toch grondwettelijk te rechtvaardigen?
In het geval van Berlijn concludeerden de rechters dat hiervan geen sprake was
