De sterke opmars van de AfD en de discussie over het Duitse cordon sanitaire tegen radicaal-rechts worden ook buiten Duitsland nauwlettend gevolgd. De Süddeutsche Zeitung (SZ) keek hoe verschillende Europese landen omgaan met radicaal- en extreemrechtse partijen en wat daar wordt gedacht over de Duitse ‘Brandmauer’. Vooral het Nederlandse perspectief is interessant: had een strikter cordon sanitaire rond Geert Wilders en zijn PVV Nederland politieke problemen kunnen besparen?
De Duitse krant liet correspondenten in Nederland, Polen, Frankrijk, Scandinavië, Hongarije en Groot-Brittannië beschrijven hoe daar naar de Alternative für Deutschland (AfD) en de Duitse omgang met de partij wordt gekeken.
In Duitsland wordt gesproken over de ‘Brandmauer’, letterlijk een brandmuur. Daarmee wordt de politieke afspraak bedoeld dat gevestigde partijen niet met de AfD samenwerken. In Nederland en vooral België is voor een vergelijkbare politieke uitsluiting de term cordon sanitaire bekender.
Die Duitse strategie staat onder toenemende druk nu de AfD steeds sterker wordt. Dat is momenteel vooral zichtbaar in Saksen-Anhalt, waar de deelstaatverkiezingen ook buiten Duitsland veel aandacht trekken.
Nederland kijkt bezorgd naar AfD en Saksen-Anhalt
Nederlanders volgen de politieke ontwikkelingen in Duitsland traditioneel intensief, schrijft SZ-correspondent Thomas Kirchner. Dat geldt volgens hem nu ook voor de verkiezingen in Saksen-Anhalt.
Een Nederlandse publieke omroep stelde zelfs de vraag of de ontwikkelingen daar het einde van het politieke midden in Duitsland zouden kunnen betekenen.
Tegelijkertijd wordt vanuit Nederland met bijzondere belangstelling gekeken naar het Duitse cordon sanitaire rond de AfD. Volgens Kirchner zijn er Nederlanders die Duitsland op dit punt juist als voorbeeld beschouwen. Hun redenering: een stevige uitsluiting van radicaal-rechts had Nederland mogelijk een deel van de politieke problemen van de afgelopen jaren bespaard.
Nederland heeft immers tweemaal meegemaakt dat middenpartijen Geert Wilders en zijn radicaal-rechtse PVV invloed gaven op het regeringsbeleid.
Van gedoogsteun tot regeringsdeelname
De eerste keer was in 2010. Het kabinet van premier Mark Rutte kreeg toen gedoogsteun van de PVV. Wilders maakte zelf geen deel uit van de regering, maar zijn partij hielp het minderheidskabinet aan voldoende parlementaire steun.
Die constructie hield niet lang stand. Wilders trok zijn steun uiteindelijk in.
Daarna bleef lange tijd het uitgangspunt overeind dat middenpartijen niet met de PVV zouden regeren. Nederland kende daarmee in de praktijk opnieuw een vorm van cordon sanitaire, al was die minder strikt en formeel dan de Duitse Brandmauer rond de AfD.
Dat veranderde na de verkiezingen van 2023. De PVV werd met grote afstand de grootste partij.
Volgens Kirchner hadden de gevestigde middenpartijen op dat moment door schandalen en bestuurlijke fouten veel vertrouwen onder kiezers verloren. Een regering waarbij de PVV betrokken was, bleek uiteindelijk niet meer te vermijden.
Ook die samenwerking hield geen stand. De deelname van de PVV aan een rechtse regering leidde volgens de SZ tot chaos en stilstand. Na ongeveer een jaar stapte Wilders opnieuw uit de samenwerking.
Geen simpel argument voor of tegen een cordon sanitaire
De Nederlandse kiezer kreeg daardoor volgens Kirchner wel de gelegenheid te zien hoe de PVV in regeringsverband functioneerde. Bij de verkiezingen van 2025 koos Nederland vervolgens voor de sociaal-liberaal Rob Jetten als premier.
Dat zou kunnen worden gezien als bewijs dat de democratie uiteindelijk haar werk doet: een radicaal-rechtse partij krijgt regeringsverantwoordelijkheid, kiezers kunnen haar prestaties beoordelen en trekken vervolgens hun conclusies.
Maar volgens Kirchner zijn daar twee belangrijke kanttekeningen bij te plaatsen.
De radicaal-rechtse partijen in Nederland zijn gezamenlijk sterker in het parlement vertegenwoordigd dan ooit. Bovendien heeft de langdurige normalisering van deze partijen, mede door de manier waarop media ermee zijn omgegaan, ertoe geleid dat vreemdelingenhaat en extreemrechtse denkbeelden volgens hem veel meer geaccepteerd zijn geraakt in het publieke debat.
Daarmee levert de Nederlandse ervaring geen eenvoudig antwoord op de Duitse discussie over de Brandmauer. Het doorbreken van een cordon sanitaire kan kiezers laten zien hoe een partij bestuurt, maar kan tegelijkertijd bijdragen aan de normalisering van denkbeelden die eerder aan de politieke rand stonden.
Polen: uitzonderlijk veel aandacht voor de AfD
Ook in Polen wordt de AfD zeer intensief gevolgd. SZ-correspondent Viktoria Großmann verwijst naar onderzoek van Patrycja Tepper van het West-Institut in Poznań. Zij telde alleen al in 2025 meer dan 42.000 Poolstalige publicaties over de AfD. Daarbij kan het overigens ook om afzonderlijke berichten op sociale media gaan.
De AfD wordt in Polen volgens Tepper gebruikt als middel om polariserende boodschappen te verspreiden en anti-Duitse sentimenten aan te wakkeren.
Tegelijkertijd bestaan er in Polen reële zorgen over de partij. De Ruslandgezinde standpunten binnen de AfD en de omgang van delen van de partij met het Duitse verleden liggen bijzonder gevoelig in een land waar vrijwel iedere familie verhalen over de misdaden van het nationaalsocialisme kent.
Toch ziet Großmann ook overeenkomsten met de Poolse politiek. De conservatieve minister van Buitenlandse Zaken Radosław Sikorski noemde de AfD naar aanleiding van uitspraken van partijleider Alice Weidel zelfs een soort Duitse variant van PiS, de Poolse nationaal-conservatieve partij.
Frankrijk: cordon sanitaire heeft een andere vorm
Ook in Frankrijk is de belangstelling voor de verkiezingen in Saksen-Anhalt opvallend groot, schrijft SZ-correspondent Alexandra Föderl-Schmid. Verkiezingen voor een Duits deelstaatparlement krijgen daar normaal gesproken vooraf weinig uitgebreide aandacht.
Ditmaal is dat anders. De Franse krant Le Monde besteedde prominent aandacht aan AfD-lijsttrekker Ulrich Siegmund. Ook de zakenkrant Les Echos schreef uitgebreid over het programma van radicaal-rechts in Oost-Duitsland en de wens om de contacten met Rusland te herstellen.
Frankrijk heeft met het Rassemblement National (RN) zelf een sterke radicaal-rechtse partij. Een discussie over een mogelijk partijverbod, zoals die in Duitsland rond de AfD wordt gevoerd, bestaat er echter niet.
Het Franse cordon sanitaire werkt bovendien anders dan de Duitse Brandmauer. In Frankrijk wordt behalve over een ‘cordon sanitaire’ ook gesproken over een ‘republikeins front’: partijen werken bij verkiezingen samen om te voorkomen dat het RN de macht krijgt.
Zo’n samenwerking voorkwam in 2024 dat het RN een absolute meerderheid in de Nationale Vergadering behaalde.
Marine Le Pen verbrak overigens zelf de samenwerking met de AfD in het Europees Parlement. Bepaalde AfD-standpunten, onder meer over ‘remigratie’, gingen haar te ver. Volgens Föderl-Schmid zou een verkiezingsoverwinning van radicaal-rechts in Duitsland het Franse RN desondanks politieke rugwind kunnen geven.
Scandinavië koos vaker voor samenwerking
In Scandinavië wordt juist met belangstelling gekeken naar het feit dat Duitsland zijn cordon sanitaire rond de AfD tot dusver grotendeels in stand heeft gehouden, schrijft SZ-correspondent Michael Neudecker.
Denemarken, Zweden, Finland en Noorwegen kennen eveneens sterke rechts-populistische partijen. Vooral bij migratie nemen die harde standpunten in en wordt volgens Neudecker soms ook retoriek gebruikt die de grens met racisme overschrijdt.
Toch zijn deze partijen volgens hem over het algemeen minder extreem dan de AfD. Ze zijn minder etnisch-nationalistisch en minder gericht tegen het bestaande politieke systeem. In Finland speelt bovendien de verhouding met Rusland een bijzondere rol. Een Ruslandvriendelijke koers zoals die binnen delen van de AfD bestaat, kan een Finse partij zich volgens de SZ nauwelijks veroorloven.
Samenwerking met rechts-populistische partijen heeft in Scandinavië wel gevolgen gehad. Het politieke debat in landen die traditioneel sterk door de sociaaldemocratie zijn beïnvloed, is naar rechts verschoven.
Zweden is daarvan een voorbeeld. Daar regeren de conservatieven met steun van rechts-populisten. Volgens Neudecker wijzen de peilingen inmiddels echter op een regeringswissel en een ruime voorsprong voor de sociaaldemocraten en andere linkse partijen.
Hongarije kijkt anders naar AfD sinds vertrek Orbán
Vanuit Hongarije beschrijft SZ-correspondent Verena Mayer een duidelijke verandering sinds Viktor Orbán niet langer aan de macht is.
De rechts-autoritaire regering van Orbáns Fidesz beschouwde de AfD als een natuurlijke bondgenoot. Beide partijen deelden onder meer een zeer kritische houding tegenover migratie en de Europese Unie. Politici van Fidesz en AfD ontmoetten elkaar regelmatig en AfD-leider Alice Weidel was een graag geziene gast in Hongarije.
Orbán-gezinde media presenteerden de AfD bovendien graag als een invloedrijke politieke kracht.
Sinds de machtswisseling wordt volgens Mayer anders naar de partij gekeken. De AfD wordt meer als een specifiek Duits verschijnsel beschouwd en tegelijkertijd als een bedreiging voor de Duitse conservatieven.
Ook de verkiezingscampagne van Ulrich Siegmund in Saksen-Anhalt trekt aandacht. Zijn persoonlijke stijl, met veel ontmoetingen met burgers en selfies, doet sommige conservatieve Hongaarse media denken aan de campagne van Péter Magyar.
Voor Mayer laat die vergelijking vooral zien dat populistische politici in verschillende Europese landen van elkaars methoden leren.
Groot-Brittannië: Duitse Brandmauer is nauwelijks bekend
In Groot-Brittannië is het concept van een cordon sanitaire rond een partij veel minder vertrouwd, schrijft SZ-correspondent Martin Wittmann. Dat heeft mede te maken met het Britse kiesstelsel.
Bij verkiezingen voor het Lagerhuis wint in ieder kiesdistrict alleen de kandidaat met de meeste stemmen een zetel. Dat systeem heeft traditioneel de twee grote partijen bevoordeeld: Labour en de Conservatieven.
Toch kent ook Groot-Brittannië inmiddels een sterke rechts-populistische partij. Reform UK voert volgens de SZ in de peilingen en heeft zich daarmee ontwikkeld tot een potentiële nieuwe grote partij, al is de parlementaire vertegenwoordiging vooralsnog klein.
Onder aanhangers van Reform UK bestaat volgens Wittmann belangstelling en sympathie voor de AfD. Partijleider Nigel Farage houdt zelf echter afstand. Hij heeft onder meer kritiek geuit op de banden van de AfD met de Russische president Vladimir Poetin en op de positie van de partij tegenover de euro.
Nederland biedt geen eenvoudig antwoord op Duitse discussie
De rondgang van de Süddeutsche Zeitung laat vooral zien dat een cordon sanitaire in Europa geen vaststaand model is. Landen hebben uiteenlopende ervaringen met sterke radicaal-rechtse en rechts-populistische partijen.
Nederland heeft ervaring met zowel gedoogsteun als regeringsdeelname van de PVV. Frankrijk probeert het Rassemblement National via gelegenheidscoalities buiten de macht te houden. In Scandinavië is samenwerking met rechts-populistische partijen veel gebruikelijker geworden, terwijl Groot-Brittannië door zijn kiesstelsel weer een heel andere politieke dynamiek kent.
Juist daarom wordt vanuit verschillende landen met belangstelling naar Duitsland gekeken. De vraag of de Brandmauer – het Duitse cordon sanitaire – tegen de AfD standhoudt, is door de groei van de partij steeds minder een uitsluitend Duitse discussie.
Voor Nederland is die discussie extra herkenbaar. De ervaringen met Wilders en de PVV laten zien wat er kan gebeuren wanneer een radicaal-rechtse partij eerst invloed op een regering krijgt en later rechtstreeks bij het landsbestuur wordt betrokken.
Maar SZ-correspondent Thomas Kirchner waarschuwt ervoor om daaruit een simpele les voor Duitsland te trekken. De Nederlandse ervaring laat volgens hem twee ontwikkelingen naast elkaar zien: kiezers kunnen een partij afrekenen op haar regeringsprestaties, terwijl langdurige normalisering van radicaal-rechts tegelijkertijd blijvende gevolgen kan hebben voor het politieke en maatschappelijke debat.
