Berliner Morgenpost: problemen verdachte CSD-aanslag begonnen al op basisschool

Bloemen, kaarsen en regenboogvlaggen bij de Brandenburger Tor na de CSD-aanslag in Berlijn
Bloemen en regenboogvlaggen bij de Brandenburger Tor na de CSD-aanslag in Berlijn. Foto: Duitsland Vandaag / Allard van Gent

De verdachte van de aanslag tijdens de Pride in Berlijn vertoonde al als zesjarige ernstige gedragsproblemen en was vanaf zijn eerste schooljaar bekend bij verschillende instanties. Hulpverleners en scholen probeerden meermaals in te grijpen, maar kregen daarbij volgens interne documenten geregeld te maken met een gebrek aan medewerking van zijn ouders.

Dat schrijft de Berliner Morgenpost woensdag 29 juli 2026 in een exclusief artikel op basis van eigen onderzoek en interne dossiers uit de jeugdhulp. De krant schetst daarmee een veel uitgebreider beeld van de voorgeschiedenis van Abdul Ballout, die wordt verdacht van de aanslag tijdens de Christopher Street Day (CSD), de jaarlijkse Pride in Berlijn.

De nieuwe informatie roept volgens de krant ook vragen op over de uitwisseling van informatie tussen verschillende Berlijnse instanties. Ballout stond dit jaar bij de veiligheidsdiensten geregistreerd als islamistische dreiging, maar onder meer de jeugdhulpverlening zou daarvan niet op de hoogte zijn geweest.

Problemen al vanaf de basisschool

Volgens documenten die de Berliner Morgenpost heeft ingezien, viel Ballout al op toen hij zes jaar oud was en in de eerste klas van een basisschool in de Berlijnse wijk Tiergarten zat. Hij zou zich zowel tijdens de lessen als in de buitenschoolse opvang opvallend agressief hebben gedragen.

De problemen waren volgens de dossiers zo ernstig dat hij herhaaldelijk van de lessen werd uitgesloten. Al vanaf het eerste schooljaar werd vastgelegd dat onderzoek naar zijn gedrag dringend nodig was en dat hij hulp en begeleiding nodig had.

Verschillende instanties raakten bij de situatie betrokken. Het Jugendamt, bureau voor jeugdzorg, werd ingeschakeld en ook binnen de school werd meermaals overleg gevoerd over mogelijke hulp.

Volgens de documenten verliep de samenwerking met de ouders echter moeizaam. De vader werd als confronterend beschreven en met de moeder waren er communicatieproblemen. De Berliner Morgenpost schrijft dat de ouders verschillende vormen van hulp of onderzoek niet ondersteunden.

Twee keer van basisschool gewisseld

Aanvankelijk behaalde Ballout volgens de krant nog redelijke schoolresultaten, maar later gingen ook zijn cijfers achteruit. Hij wisselde twee keer van basisschool en kwam vervolgens terecht op een school voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

Eerst kreeg hij extra begeleiding vanwege leerproblemen. Later werd ook vastgesteld dat hij ondersteuning nodig had op emotioneel en sociaal gebied.

Tijdens zijn tienerjaren ging hij steeds minder naar school. Op zijn rapporten stonden uiteindelijk vrijwel uitsluitend de laagst mogelijke cijfers. De autoriteiten probeerden hem volgens de Berliner Morgenpost tweemaal onder te brengen in alternatieve onderwijsprogramma’s.

Ook zou zijn geprobeerd hem psychiatrisch te laten onderzoeken. Dat gebeurde uiteindelijk niet, omdat zijn ouders daarvoor geen toestemming gaven. Na tien schooljaren verliet Ballout de school zonder diploma en zonder duidelijk toekomstperspectief.

Moeilijke gezinssituatie

De dossiers geven volgens de Berliner Morgenpost ook een beeld van een bijzonder moeilijke gezinssituatie. Ballouts ouders, afkomstig uit Libanon, leven gescheiden in Berlijn. Hij woonde bij zijn moeder en zussen, die volgens de krant streng religieus zijn.

De Berliner Morgenpost meldt daarnaast op basis van informatie uit veiligheidskringen dat Ballouts vader homoseksueel zou zijn en vermoedelijk met een mannelijke partner in Berlijn woont. De krant werpt de vraag op of deze gezinssituatie, in combinatie met religieuze en islamistische overtuigingen, een rol kan hebben gespeeld bij de keuze voor de Pride als doelwit.

Voor die mogelijke samenhang wordt in het artikel geen bewijs gepresenteerd. Het gaat om een mogelijke verklaring die de Berliner Morgenpost op basis van haar bronnen onderzoekt. Volgens een bron van de krant zou Ballout vooral aansluiting hebben gezocht bij radicale moskeeën in de Berlijnse wijk Neukölln.

Van geweldsdelicten naar poging om IS te bereiken

Naast zijn problemen op school kwam Ballout als jongere ook met justitie in aanraking. Een jeugdrechtbank legde hem in 2022 een maatregel op wegens mishandeling en afpersing met geweld. Volgens de dossiers mishandelde hij in 2019 een jongen en beroofde hij in 2020 een andere jongen van zijn koptelefoon.

Later radicaliseerde hij volgens de Berliner Morgenpost verder. Na een mislukte poging om via Turkije naar Mauritanië te reizen, probeerde hij in mei 2025 via Turkije en Libanon naar Syrië te komen. Daar wilde hij zich volgens de krant aansluiten bij terreurorganisatie Islamitische Staat (IS).

Vier dagen na zijn vertrek werd hij in Libanon gearresteerd. Een militaire rechtbank veroordeelde hem daar wegens het aanzetten tot religieuze en sektarische conflicten tot drie maanden gevangenisstraf. In november 2025 keerde Ballout terug naar Duitsland. Op luchthaven BER bij Berlijn werd hij direct aangehouden en in voorlopige hechtenis genomen.

Niet alle Berlijnse instanties wisten dat Ballout als islamistische dreiging gold

Een belangrijk nieuw element uit het onderzoek van de Berliner Morgenpost betreft de informatie-uitwisseling tussen de verschillende autoriteiten. Sinds begin 2026 stond Ballout bij de veiligheidsdiensten geregistreerd als islamistische Gefährder. Met die Duitse term worden personen aangeduid van wie de politie op basis van concrete feiten vermoedt dat zij ernstige politiek gemotiveerde misdrijven, waaronder terroristisch geweld, zouden kunnen plegen.

Die informatie was volgens het onderzoek echter niet bekend bij verschillende andere instanties die met Ballout te maken hadden. Zo zou het Jugendamt van het Berlijnse district Mitte, dat verantwoordelijk was voor zijn jeugdhulpverlening, niet hebben geweten dat hij als dreiging werd beschouwd. Ook de Berlijnse senaatsdienst voor Onderwijs, Jeugd en Gezin zou daarvan niet op de hoogte zijn geweest. Volgens de Morgenpost heeft dat bij medewerkers tot grote onzekerheid geleid.

Vier dagen voor aanslag nog bij jeugdreclassering

Opvallend is ook wat er op 21 juli gebeurde, vier dagen voor de aanslag tijdens de Berlijnse Pride. Ballout meldde zich die dag volgens het onderzoek vrijwillig bij de jeugdreclassering van de Berlijnse senaatsdienst. Hij was daartoe niet verplicht, omdat een vonnis tegen hem nog niet definitief was.

Tijdens dat bezoek zou hij zich rustig en coöperatief hebben gedragen. De medewerkers wisten volgens de Berliner Morgenpost niet dat hij door de veiligheidsdiensten als islamistische dreiging werd beschouwd. Vertrouwelijke informatie van veiligheidsdiensten wordt niet automatisch met andere overheidsinstanties gedeeld.

Vier dagen later zou Ballout tijdens de CSD in Berlijn met een voertuig op een groep mensen zijn ingereden. Daarbij kwam een vrouw om het leven en raakten tientallen mensen gewond. Hij wordt ervan verdacht verantwoordelijk te zijn voor de aanslag.

Berlijnse senator wil discussie over ingrijpen bij gezinnen

De bevindingen van de Berliner Morgenpost leiden inmiddels ook tot een politieke discussie over de vraag wanneer de overheid tegen de wil van ouders moet kunnen ingrijpen. Katharina Günther-Wünsch (CDU), de Berlijnse senator die verantwoordelijk is voor onderwijs en jeugd, zegt tegen de krant dat de problemen kennelijk tijdig zijn herkend, maar door een gebrek aan medewerking van het gezin niet konden worden opgelost.

Volgens haar moet worden besproken op welk moment de bescherming van kinderen en jongeren zwaarder moet wegen dan de wil van ouders en welke wetswijzigingen daarvoor eventueel nodig zijn.

De dossiers laten daarmee volgens het exclusieve onderzoek van de Berliner Morgenpost vooral zien dat Ballout niet jarenlang buiten het zicht van de overheid bleef. Integendeel: scholen, jeugdhulpverlening en later justitie en veiligheidsdiensten hadden op verschillende momenten met hem te maken. De vraag die na de aanslag nadrukkelijker naar voren komt, is in hoeverre die afzonderlijke instanties voldoende mogelijkheden hadden om in te grijpen en relevante informatie met elkaar te delen.

Bron: Berliner Morgenpost, exclusief onderzoek, 29 juli 2026.