Van links naar rechts – het oosten van Duitsland op de dool. Zo luidt de titel van het nieuwste boek van Dirk Rochtus, hoofddocent aan de KU Leuven en Duitslandkenner. Het verschijnt vandaag, 25 augustus, passend in de aanloop naar de deelstaatverkiezingen in het oosten van Duitsland.
Het boek van 256 pagina’s is overzichtelijk ingedeeld. Tussen de inleiding en het slot staan twee delen met in totaal acht hoofdstukken. Weer een boek over de DDR, zou je kunnen denken. Rochtus legt zelf uit wat aanvankelijk zijn bedoeling was: het was zijn intentie ‘ook een steentje op die reusachtige boekenberg te leggen door een welbepaald facet van de DDR te onderzoeken, namelijk dissidentie en verzet tegen het regime, net zoals ik dat vijf jaar geleden heb gedaan met mijn boek Naar de hel met Hitler (2021), over het Duitse verzet binnen het Derde Rijk.’ Dat was zijn oorspronkelijke plan. Rochtus laat zich echter door uitgever Karl Drabbe overtuigen een boek te schrijven over wat hij zelf ‘het gewezen Oost-Duitsland’ noemt in deel 1, en over de politieke ontwikkelingen vanaf oktober 1990 tot midden 2026 in deel 2.
Al in de inleiding valt het op dat Rochtus zeer uiteenlopende politieke houdingen onder één noemer brengt. Hij heeft het over ‘de huidige misnoegdheid in het oosten van Duitsland’, die zich zou vertalen in stemgedrag voor radicale partijen van links tot rechts. Maar wie is er nu precies misnoegd? Daarop krijg je als lezer geen antwoord. Bovendien blijft onduidelijk in hoeverre die onvrede kiezers van zeer verschillende partijen met elkaar verbindt. Kort daarna gaat het over ‘een rebels tikje van de Oost-Duitsers’. Ook hier vraag ik me af: welke Oost-Duitsers bedoelt hij precies?
Van dissidenten tot Duitse hereniging
Bovenstaande kritiek neemt niet weg dat de auteur de lezer in het eerste hoofdstuk aan de hand neemt om de beginjaren van de DDR duidelijk in kaart te brengen. Hij begint in Berlijn eind april 1945: “Sovjettroepen veroverden straat na straat en rukten in bloedige gevechten op naar het centrum van de stad.” In een vlotte stijl beschrijft hij de rol van de Sowjetische Militäradministration (SMAD) na de Tweede Wereldoorlog en die van andere partijen zoals de heropgerichte KPD, een partij die in 1919 als marxistisch-leninistische partij was gesticht. Je krijgt interessante achtergrondinformatie bij bekende gebeurtenissen zoals de volksopstand in 1953. Aan de hand van de politieke ontwikkelingen kom je van alles te weten over bijvoorbeeld de rol van de SED. Ook de Praagse Lente komt aan bod, net als de rol van de belangrijkste partijleiders Erich Honecker en Walter Ulbricht.
In hoofdstuk twee leren we de dissidenten en de dwarsdenkers kennen: “Onder veel jonge mensen leefde na de ineenstorting van het Derde Rijk de hoop op vrijheid. Velen lieten zich bedwelmen door de utopie die de SBZ/DDR voorspiegelde: deze staat verbeidde volgens Klaus-Rüdiger Mai ‘met de voorstelling van een paradijs een metafysisch aanbod dat ook daarom zo onweerstaanbaar was en voor sommigen nog altijd is, omdat het in deze wereld zou verwerkelijkt kunnen worden.” We maken kennis met de opstand binnen de universiteiten, met professoren die naar West-Duitsland vluchten en met Wolfgang Natonek, de voorzitter van de studentenraad die door de Russische geheime dienst werd gearresteerd. Je komt te weten dat andere studenten tot de doodstraf werden veroordeeld en hoe de net opgerichte DDR met weerstand omging.
Het hoofdstuk vormt een gedetailleerd naslagwerk over de dissidenten en dwarsdenkers in de DDR. Dat geldt ook voor het hoofdstuk dat daarop volgt. Hierin beschrijft Rochtus hoe het begon te rommelen binnen de SED. Natuurlijk komt de Perestrojka van Michael Gorbatsjov ter sprake. De Belgische historicus beschrijft ook het ontstaan van de burgerbeweging als tegenmacht van de SED.
Hoofdstuk vier kun je in de woorden van Rochtus zelf als het scharnier naar het tweede deel van het boek beschouwen. De focus ligt nu op de periode van de Duitse hereniging. In deze spannende tijd leren we ook de Nederlandse dominee Dick Boer kennen. Hij werkte van 1984 tot 1990 in de DDR. Volgens Rochtus wilde hij “de bekommernis van vele intellectuelen om eigen land en maatschappelijk systeem een breder draagvlak verschaffen.” Dat deed hij met onder anderen de bekende filmregisseur Konrad Weiß en de dichter Volker Braun. De schrijfster Christa Wolf schaafde aan de tekst die Stefan Heym later in Oost-Berlijn voorlas: “De Aufruf für unser Land stelde de mensen voor de keuze tussen enerzijds opgeslokt te worden in een door ‘invloedrijke economische en politieke kringen’ gedomineerde Bondsrepubliek en anderzijds de DDR als socialistisch alternatief.”
Dit soort voorbeelden maakt duidelijk dat we ons bevinden in een tijd waarin de DDR en de BRD elkaar geregeld verwijten maakten en de eenheid enkel op papier bestond. Rochtus beschrijft hoe splinterbewegingen en burgerbewegingen een eigen koers zoeken. We leren dat de burgerbewegingen Neues Forum, Demokratie Jetzt en Initiative Frieden und Menschenrechte het bondgenootschap Bündnis90 smeedden. Dat zou later weer opgaan in de West-Duitse groenen en vormde uiteindelijk de nog altijd bestaande partij Bündnis90/Die Grünen.
De moeizame weg na de hereniging
Ook leren we uit dit stukje geschiedenis dat uit de SED in 1990 de PDS voortkwam, die uiteindelijk met de WASG tot Die Linke fuseerde, een partij die eveneens nog bestaat. Daarnaast laat hij aan de hand van concrete voorbeelden zien waar de Duitse samenleving destijds voor stond. De Treuhand zou bijvoorbeeld alle DDR-bedrijven moeten privatiseren en dat ging niet zonder slag of stoot, om een eufemisme te gebruiken.
Het boek blijft spannend en informatief en lijkt chronologisch te zijn opgebouwd. Lijkt, want soms kijkt de auteur even vooruit, bijvoorbeeld als het gaat om Solidarpakt I dat de federale overheid, de deelstaten en de gemeenten in 1993 sloten. In die alinea staat dat in 2005 Solidarpakt II volgde met ruim 156,6 miljard euro: “Al die transfers leidden tot een astronomische staatsschuld van wel 1996 miljard DM in 1996 en twee biljoen euro in 2013. Ze bedroeg in 2026 met 2,8 biljoen euro nog 63,5 procent van het bbp.”
Een bladzijde eerder kijkt Rochtus ook al vooruit bij de industrie in Oost-Duitsland. Hij noemt de chemiesector een van de dragende zuilen van de DDR-economie en schrijft dat de sector na de Wende nog altijd de industriële ruggengraat van het land vormt: “Een pijnpunt blijven echter de hoge energieprijzen sinds er geen Russisch gas en olie meer worden afgenomen ten gevolge van de oorlog in Oekraïne. Eind december 2025 volgde het slechte nieuws dat de drie dochterondernemingen van de Belgische groep DOMO Chemicals insolventie aanvroegen.”
Wie zijn ‘de Oost-Duitsers’?
In het begin schreef ik al dat het onduidelijk was wie de auteur bedoelde als het ging om de misnoegdheid in Oost-Duitsland. Verder in het boek gebeurt iets soortgelijks als hij het heeft over “de Oost-Duitsers”. Hij schrijft bijvoorbeeld dat na de economisch en monetaire eenmaking ‘de Oost-Duitsers’ hebben kennisgemaakt met de wetmatigheden van een kapitalistische maatschappij: “Ze moesten zich volledig op eigen kracht door het leven slaan: de zogenaamde ellebogenmaatschappij verdrong de Solidargemeinschaft van de DDR waar de mensen – weliswaar vaak uit nood – elkaar hadden geholpen.”
Dat is een behoorlijk normatief schema: DDR = solidariteit en onderlinge hulp; kapitalistische Bondsrepubliek = individualisme en ieder voor zich. Hij nuanceert de DDR-solidariteit nog met ‘weliswaar vaak uit nood’, maar de fundamentele tegenstelling blijft staan.
AfD en de politieke verschuiving naar rechts
Vanaf ongeveer het midden van het boek duikt de AfD steeds vaker op. Nu wordt het natuurlijk interessant met het oog op de komende verkiezingen in Saksen-Anhalt. Als Rochtus over de media schrijft, neemt hij weer een sprongetje in de tijd. Hij schrijft over Holger Friedrich, die op 20 februari 2026 de Ostdeutsche Allgemeine Zeitung (OAZ) lanceerde. Volgens Rochtus deed Friedrich dit ‘om de Oost-Duitsers weer meer stem te geven’. Natuurlijk blijft ook hier onduidelijk wie “de Oost-Duitsers” zijn, maar nog onduidelijker blijft wie Holger Friedrich is. Er wordt met geen woord over gerept dat deze voormalige Stasi-medewerker een zeer vermogende mediaondernemer is en dat er rond hem en zijn krant verschillende controverses zijn ontstaan. Duitsland Vandaag berichtte hier over.
In hoofdstuk vijf gaat Rochtus in op Die Linke en blikt terug op de SED en de koers van de SPD en de PDS. De rol van Oskar Lafontaine komt aan bod. Hij verliet in 1999 als minister de SPD en sloot zich aan bij de WASG, de voorloper van Die Linke. Hij beschrijft ook hoe de kiezers hierop reageerden. In dat kader is de tabel achter in het boek een handig hulpmiddel. Hierin vind je een overzicht van de verkiezingsuitslagen van de AfD en Die Linke bij de Bondsdagverkiezingen en je ziet in een oogopslag in welke deelstaatregeringen Die Linke regeert. Ook de confrontatie van Die Linke met de AfD wordt aan de hand van voorbeelden duidelijk gemaakt.
Hoofdstuk zes is gewijd aan Sahra Wagenknecht, de echtgenote van Oskar Lafontaine. De politica kwam jarenlang geregeld in het nieuws. Ook Duitsland Vandaag schreef geregeld over Wagenknecht, bijvoorbeeld over het moment waarop ze haar eigen partij oprichtte.
Het boek sluit af met de AfD en het “mozaïek van uiterst rechtse bewegingen”. Daarbij springt Rochtus zelfs vooruit naar mei 2026, de maand waarin de AfD in Saksen-Anhalt volgens de peilingen 41 procent van de stemmen zou krijgen. Rochtus blikt terug op het ontstaan van de AfD die hij rechts-radicaal noemt. In de inleiding legt hij duidelijk uit waarom hij juist deze typering gebruikt.
AfD, Rusland en uiterst rechts
Rochtus laat de lezer kennismaken met de AfD-kopman Ulrich Siegmund, de man die onlangs op de cover van Der Spiegel als “de gevaarlijkste man van Duitsland” werd neergezet. De historicus had deze gebeurtenis geheid in het boek opgenomen, maar zo ver in de tijd kon hij niet springen. Een boek heeft nu eenmaal een deadline.
In het AfD-hoofdstuk beschrijft Rochtus hoe Siegmund in een toespraak zijn oma aanhaalt als een vrouw die moest vluchten uit Oost-Pruisen. De AfD-kopman zegt erbij dat ‘Oma Siegmund’ niet begreep waarom ‘iemand die met het vliegtuig aankomt en op kosten van de belastingbetaler leeft’ ook ‘vluchteling’ wordt genoemd. Het moge duidelijk zijn wat Siegmund daarmee wilde zeggen.
Rochtus schrijft hierover: “Met die persoonlijke, uit het leven gegrepen anekdote speelde politicus Siegmund in op het gevoel van vele Oost-Duitsers dat ze na de schok van de eenmaking opnieuw worden achteruitgesteld, deze keer ten opzichte van vluchtelingen van buiten de Europese Unie.”
Bij de bovenstaande passage kun je je afvragen waaruit dit blijkt. Hoeveel Oost-Duitsers ervaren dat zo? Uit welk onderzoek? Welke groepen betreft het? Speelt leeftijd een rol? En is aangetoond dat mensen daadwerkelijk een verband leggen tussen hun ervaringen na 1990 en de huidige opvang van vluchtelingen? Allemaal vragen waarop we geen antwoord krijgen.
Even verderop gebeurt iets soortgelijks als aan de orde komt welke rol Rusland nog altijd in het oosten van Duitsland speelt. Er staat: “de vroegere bezettingsmacht heeft haar sporen achtergelaten in de geest én het hart van vele Oost-Duitsers.” Hier kun je dus dezelfde vragen stellen die ik hierboven noemde.
In het laatste deel over de verschillende uiterst rechtse bewegingen biedt Rochtus informatie waar ik vaak geen weet van had. Het is bijvoorbeeld interessant te lezen hoe extreemrechts in de DDR voor problemen zorgde en hoe later de samenwerking verloopt tussen de West-Duitse neonazi’s en die uit Oost-Duitsland. We krijgen veel achtergrondinformatie over het ontstaan van de Pegida-beweging. Ook de extreemrechtse NPD komt aan bod. Daarnaast is het verhaal over het rechts-intellectuele centrum Rittergut Schnellroda absoluut relevant bij het verhaal over de opkomst van de AfD.

Het ‘rebelse karakter’ van de Oost-Duitsers
In de laatste bladzijden van het boek wordt Rochtus’ centrale these duidelijk. Volgens hem hebben de geschiedenis van de DDR en de ingrijpende economische en maatschappelijke veranderingen na de Duitse hereniging bijgedragen aan wat hij het ‘rebelse karakter van de Oost-Duitsers’ noemt. Dat verklaart volgens hem mede waarom zoveel kiezers in het oosten hun toevlucht zoeken tot partijen buiten het traditionele politieke midden. Dat zij ‘op de dool’ zijn, zoals de ondertitel luidt, heeft bij Rochtus dan ook niet uitsluitend een negatieve betekenis. Hun zoektocht stelt volgens hem gevestigde waarheden ter discussie. West-Duitsland – en het Westen in bredere zin – zou daarom beter moeten proberen te begrijpen wat er in het oosten leeft.
Daarmee komt tegelijk een zwakte terug die op meerdere plaatsen in het boek zichtbaar wordt. Rochtus brengt kiezers van zeer verschillende partijen en mensen met uiteenlopende ervaringen geregeld samen onder de noemer ‘de Oost-Duitsers’. Aan het einde krijgen zij zelfs gezamenlijk een ‘rebels karakter’ toegeschreven. Juist na de vele historische, politieke en persoonlijke verschillen die het boek daarvoor zo uitvoerig heeft beschreven, overtuigt zo’n overkoepelend beeld niet altijd. De vraag blijft of verkiezingsuitslagen voor AfD, BSW en Die Linke werkelijk vanuit één gedeelde Oost-Duitse ervaring kunnen worden verklaard.
Als naslagwerk heeft Van links naar rechts veel te bieden. Wie na 256 pagina’s echter een nieuwe verklaring verwacht voor de politieke verschuivingen in Oost-Duitsland, blijft enigszins op zijn honger zitten. Rochtus brengt veel historische en politieke lijnen bijeen en maakt duidelijk hoe complex de ontwikkeling van het oosten sinds de DDR-tijd is. Zijn materiaal leidt echter niet altijd tot een overtuigend nieuw perspectief op de verhouding tussen links en rechts, oost en west.
Boekgegevens
Dirk Rochtus – Van links naar rechts. Het oosten van Duitsland op de dool
Uitgeverij Ertsberg
256 pagina’s
Prijs: € 27,50
ISBN 9789022342787
Bestellen bij Standaard Uitgeverij → www.standaarduitgeverij.be
Boekvoorstelling in Antwerpen
Op donderdag 3 september wordt Van links naar rechts voorgesteld op de KU Leuven Campus Opera in Antwerpen. Dirk Rochtus gaat daar in gesprek met journalist Jan Leyers, onder leiding van professor Ria Laenen. De bijeenkomst begint om 20.00 uur. De toegang is gratis, maar reserveren is noodzakelijk.
Meer informatie en reserveren bij Ertsberg
