Kafka in vijf minuten: wat blijft er over als literatuur steeds korter wordt?

Twee reizigers op een perron van Berlin Hauptbahnhof met een ICE op de achtergrond
Wachten op de trein wordt bij Deutsche Bahn ook leestijd. © Deutsche Bahn AG / Dominic Dupont

Wie op een Duits station op zijn trein wacht, kan die tijd tegenwoordig gebruiken voor een ontmoeting met Franz Kafka. Vijf minuten over? Dan is er een ultrakorte versie. Wie langer moet wachten, kan kiezen voor tien, twintig of dertig minuten. De Deutsche Bahn experimenteert met klassiekers in hapklare vorm.

Het initiatief past in een veel bredere ontwikkeling. Boeken worden samengevat, klassiekers verschijnen in vereenvoudigde versies en apps beloven de belangrijkste ideeën van een boek binnen een kwartier over te brengen. Dat kan literatuur toegankelijker maken. Maar wat blijft er van een literair werk over wanneer juist de taal wordt ingekort en vereenvoudigd?

Die vraag wordt in Duitsland urgenter nu vooral onder jongeren het aantal boekenkopers sterk terugloopt en er zorgen bestaan over de leesvaardigheid.

Kafka tijdens het wachten op de trein

Deutsche Bahn begon eind 2025 met het project ‘Lesen bis der Zug kommt’, vrij vertaald: lezen totdat de trein komt. Op enkele Duitse stations zijn tot dusver ongebruikte muren veranderd in plekken waar reizigers korte versies van bekende teksten kunnen lezen.

De beschikbare lengte is afgestemd op de wachttijd. Reizigers kunnen kiezen uit teksten die ongeveer vijf, tien, twintig of dertig minuten kosten. Daaronder bevinden zich verkorte versies van ‘De gedaanteverwisseling’ van Franz Kafka en ‘Twintigduizend mijlen onder zee’ van Jules Verne. Ook bekende toespraken, zoals ‘I Have a Dream’ van Martin Luther King, worden aangeboden.

Zelf proberen: Lees ‘De gedaanteverwisseling’ van Franz Kafka in het Duits in 5, 10, 20 of 30 minuten bij Deutsche Bahn.

Voor de samenvattingen wordt kunstmatige intelligentie gebruikt. Volgens Deutsche Bahn wordt daarbij geprobeerd de kenmerkende taal en toon van het origineel zoveel mogelijk te behouden.

Het idee erachter is niet dat de korte teksten de oorspronkelijke werken moeten vervangen. Ze moeten reizigers juist op een laagdrempelige manier met literatuur in aanraking brengen en mogelijk nieuwsgierig maken naar het volledige boek.

Literatuur in een kwartier

Deutsche Bahn staat niet alleen. Het terugbrengen van boeken tot hun belangrijkste gedachten past bij een ontwikkeling die al langer zichtbaar is.

Apps als Instaread bieden bijvoorbeeld samenvattingen van bestsellers aan die in ongeveer vijftien minuten kunnen worden gelezen of beluisterd. De nadruk ligt daarbij op centrale ideeën en inzichten. Een omvangrijk boek wordt zo vertaald naar een formaat dat gemakkelijk in een korte pauze past.

Ook het Duitse onderwijs kent al jaren vereenvoudigde boeken. Sommige uitgaven worden aangeduid als ‘light’ of ‘x-light’. Ze bevatten kortere zinnen, eenvoudiger grammatica, grotere letters en aanvullende uitleg.

Daarvoor bestaan duidelijke pedagogische argumenten. Historisch taalgebruik, lange zinsconstructies en onbekende vertelvormen kunnen grote obstakels vormen voor leerlingen, mensen die Duits leren en lezers die moeite hebben met lange of ingewikkelde teksten.

Vereenvoudigde literatuur als toegangspoort

Voorstanders beschouwen zulke bewerkingen daarom vooral als een middel om meer mensen toegang tot literatuur te geven. Een vereenvoudigde Goethe, Thomas Mann of Gottfried Keller kan beter zijn dan helemaal geen kennismaking met hun werk, is de gedachte. Misschien ontstaat daarna de behoefte om alsnog het origineel te lezen.

Ook het Bayerische Philologenverband, een Beierse vereniging van docenten aan onder meer gymnasia, ziet ruimte voor vereenvoudigde literatuur. Voorzitter Wolfram Janke benadrukt volgens de Tagesspiegel echter dat dergelijke versies hooguit als eerste kennismaking met een tekst moeten dienen.

Daarmee wordt meteen de grens zichtbaar. Een vereenvoudigde uitgave kan een deur naar een literair werk openen, maar wordt problematisch wanneer de bewerking het oorspronkelijke werk volledig vervangt.

Wat verdwijnt er uit Kafka?

Bij een roman of verhaal is de inhoud immers maar een deel van het werk. Marcel Humar, literatuurdidacticus uit Berlijn, wijst erop dat de betekenis van literatuur juist ontstaat door het specifieke gebruik van taal.

Ritme, zinsbouw, metaforen en dubbelzinnigheden zijn vanuit dat perspectief geen versiering die zonder veel gevolgen kan worden geschrapt. Ze behoren tot de kern van het literaire werk.

Wie de taal vereenvoudigt, verandert daarmee ook het werk zelf. Volgens Humar kan literatuur in het onderwijs daarom niet serieus als kunstvorm worden behandeld wanneer leerlingen uitsluitend vereenvoudigde versies lezen.

Bij Kafka wordt dat dilemma bijzonder duidelijk. Het gaat niet alleen om wat er met zijn personages gebeurt, maar ook om de manier waarop hij vertelt. Een samenvatting kan het verhaal weergeven, maar daarmee nog niet noodzakelijk de literaire ervaring.

Steeds minder jonge boekenkopers

De opmars van korte en vereenvoudigde literatuur staat niet los van veranderingen in het leesgedrag. Volgens cijfers uit de Duitse boekhandel daalde het aantal 10- tot 15-jarigen dat in 2025 een boek kocht met 30,6 procent ten opzichte van een jaar eerder. Ook onder de totale bevolking liep het aantal boekenkopers terug.

De Börsenverein des Deutschen Buchhandels, de brancheorganisatie van de Duitse boekensector, ziet daarbij een verband met de afnemende leesvaardigheid.De discussie gaat daardoor niet alleen over de vraag hoeveel minuten iemand voor Kafka over heeft. Fundamenteler is de vraag of mensen nog gewend zijn langere en complexere teksten geconcentreerd te lezen.

Een ‘post-literaire’ samenleving?

Daarvoor wordt een begrip gebruikt dat al uit de mediatheorie van de jaren zestig stamt: ‘post-literair’. Daarmee wordt niet bedoeld dat mensen helemaal ophouden met lezen. Het gaat om een samenleving waarin het vermogen om langere teksten aandachtig en verdiepend te lezen afneemt.

De Amerikaanse neurowetenschapper Maryanne Wolf beschreef deze ontwikkeling in juli 2026 in het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic als een verlies van ‘deep reading’: geconcentreerd en verdiepend lezen. Het probleem is dan niet dat lezers afzonderlijke woorden niet meer begrijpen. Het gaat om het vermogen langere teksten aandachtig te volgen, verbanden te leggen en na te denken over wat er is gelezen.

Een samenleving kan volgens die gedachte dus voortdurend teksten lezen – van nieuwsberichten tot sociale media – en tegelijkertijd het vermogen tot diepgaand lezen verliezen.

Literatuur als wedstrijd

Dat korte vormen niet noodzakelijk oppervlakkig hoeven te zijn, laat een heel ander initiatief in Frankrijk zien.

In de omgeving van Avignon organiseert een groep jonge mensen rond de twintiger Geronimo, die onder een pseudoniem optreedt, zogenoemde literatuur battles. Schrijvers en denkers worden in korte verbale confrontaties tegenover elkaar geplaatst.

Zo kan Émile Zola het opnemen tegen Gustave Flaubert, of Karl Marx tegen Adam Smith. De video’s verschijnen vervolgens op sociale media en bereiken daar een groot publiek.

Ook hier wordt literatuur aangepast aan een wereld waarin korte formats belangrijk zijn. Het verschil is dat de oorspronkelijke werken niet simpelweg tot hun verhaallijn worden teruggebracht. Ze vormen juist het vertrekpunt voor discussie en interpretatie: wie schrijft overtuigender, welke ideeën houden stand en wat heeft een schrijver de huidige generatie nog te vertellen?

Kafka in vijf minuten – en daarna?

Een korte kennismaking met literatuur hoeft daarmee niet het einde van diepgaand lezen te betekenen. Een samenvatting op een station of een vereenvoudigd boek op school kan iemand juist over een drempel helpen die anders te hoog zou zijn.

De cruciale vraag is wat er daarna gebeurt. Wanneer Kafka in vijf minuten ertoe leidt dat iemand later ‘De gedaanteverwisseling’ openslaat, heeft de korte versie als toegangspoort gewerkt. Maar wanneer vijf minuten Kafka voldoende worden geacht om Kafka gelezen te hebben, verandert de functie van de samenvatting.

Dan is de korte versie niet langer de weg naar het origineel, maar de vervanging ervan. En juist daar begint de discussie over wat er verloren gaat wanneer literatuur steeds beter in onze schaarse tijd moet passen.